Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Pensioenrichtleeftijd vanaf 2014 lager dan 67 jaar. Een fiscaal probleem?

18 maart 2013

In het besluit van 27 november 2012 met de pakkende titel "Pensioenen; aanwijzing van pensioenregelingen in verband met de invoering van de Wet verhoging AOW en pensioenrichtleeftijd" wijst de minister bepaalde pensioenregelingen aan als zuivere pensioenregeling. Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) geeft aan dat die aanwijzing ook na 1 januari 2014 kan gelden wanneer de pensioenrichtleeftijd lager is dan 67 jaar.

 

Het besluit van 27 november 2012 (zie ook onze nieuwsberichten van 28 februari en 3 januari) gaat in op de gevolgen van de verlaging van de pensioenopbouwpercentages per 1 januari 2014. Het CAP geeft antwoord op de vraag of het ook mogelijk is om na 1 januari 2014 met de pensioenopbouw door te gaan als de bestaande pensioenregeling een pensioenrichtleeftijd heeft lager dan 67 jaar.

Pensioenopbouw mogelijk bij pensioenrichtleeftijd lager dan 67

Stel dat na 1 januari 2014 de pensioenrichtleeftijd in een regeling lager is dan 67 jaar. Dan is het volgens het CAP mogelijk om met pensioenopbouw door te gaan zonder deze leeftijd aan te passen. Dan moet het maximale opbouwpercentage wel lager zijn dan het maximale pensioenopbouwpercentage van 2,15 voor middelloonregelingen en 1,9 voor eindloonregelingen. Aanvullende voorwaarde is dat de franchise hoger moet zijn dan de minimaal toegestane franchise en/of de pensioengrondslag lager is dan maximaal is toegestaan. 
Het CAP geeft in haar antwoord een aantal voorbeelden voor het berekenen van een verhoogde franchise en een verlaagde pensioengrondslag. Bij deze berekeningen moet rekening worden gehouden de maximale opbouwpercentages die zijn opgenomen in Vraag & Antwoord 12-004.

Commentaar

Een pensioenregeling is niet direct bovenmatig wanneer één element in de pensioenregeling niet voldoet aan de fiscale eisen. Dat (bovenmatige) element kan gecompenseerd worden door een ander element dat lager is dan de fiscale grens die de Wet LB daarvoor stelt. Het CAP laat dit nog eens zien met het antwoord op de vraag of de pensioenrichtleeftijd lager mag zijn dan 67 jaar. 
Met de voorbeelden in het besluit en in het antwoord op vraag 13-001 geeft het CAP handvatten om de grenzen te berekenen.

 

Auteur: Vera Hek, adviseur AEGON Adfis
Bron: vraag en antwoord 13-001 d.d. 140213, www.belastingdienstpensioensite.nl