Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Pensioenuitvoerder krijgt geen belastingvrijstelling

31 juli 2013

Pensioenvennootschappen zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Dit geldt alleen wanneer die vennootschappen zich (nagenoeg) uitsluitend bezig houden met de verzorging van werknemers, gewezen werknemers of hun partners en minderjarige kinderen, door middel van pensioen. Voor de vrijstelling gelden voorwaarden.

Situatie

Een Stichting pensioenfonds verzorgde een de pensioenregeling voor een bepaalde beroepsgroep. Dit hield de volgende werkzaamheden in:

  • Algemene risicobeheersing en fondsbeheer (vermogensbeheer);
  • Administratieve uitvoering van de pensioenregeling;
  • Beleggen en beheren van financiële middelen en
  • Informatieverschaffing aan deelnemers.

 

Ondermeer op advies van DNB maakt het fonds een splitsing tussen de uitvoeringsactiviteiten en de overige activiteiten. Na de splitsing verzorgt BV X vanaf 2011 de uitvoering van de pensioenregeling, de administratie van het fonds, het beheer van het vermogen, het innen van de premies en de communicatie met de deelnemers. De Stichting heeft met BV X een uitbestedings- en dienstenovereenkomst gesloten. Boven de kostprijs ontvangt BV X een toeslag van 6%. Deze toeslag vormt ook de winst van BV X. BV X meent dat zij is vrijgesteld van vennootschapsbelasting.

Rechtbank Den Haag

De Rechtbank Den Haag is van mening dat BV X niet in aanmerking komt voor de vrijstelling voor pensioenlichamen in de Wet op de vennootschapsbelasting. Volgens die wet (artikel 5, eerste lid) zijn vrijgesteld:

“(…) b. Lichamen welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten doel stellen de verzorging van werknemers en gewezen werknemers bij invaliditeit en ouderdom (….), een en ander door middel van pensioen krachtens een pensioenregeling (….) “ .

BV X gaf aan dat haar werkzaamheden nagenoeg uitsluitend bestaan uit uitvoeringsactiviteiten voor de Stichting. Maar volgens de Rechtbank is het alleen uitvoeren van de regeling niet voldoende om in aanmerking te komen voor deze vrijstelling. Vooral het ontbreken van verplichtingen van de BV naar de deelnemers en gewezen deelnemers weegt zwaar voor de Rechtbank. Daarbij stelt de Rechtbank zich op het standpunt dat de BV zelfstandig moet voldoen aan de voorwaarden. Aangezien de verplichting naar de pensioengerechtigden bij de Stichting ligt en de uitvoeringswerkzaamheden bij de BV, voldoet BV X niet zelfstandig aan de voorwaarden voor de vrijstelling. De BV is dus niet vrijgesteld van de vennootschapsbelasting.

Commentaar

De Rechtbank Den Haag interpreteert de voorwaarden voor toepassing van de pensioenvrijstelling in de vennootschapsbelasting wel erg strikt. Hierdoor ontstaat de situatie dat BV X vennootschapsbelasting verschuldigd wordt over de werkzaamheden die het pensioenfonds aan haar uitbesteedt. Als het fonds deze werkzaamheden zelf uitvoert is hierover geen vennootschapsbelasting verschuldigd. Ook kan het pensioenfonds de vennootschapsbelasting die de BV betaalt niet compenseren omdat het fonds wel is vrijgesteld voor de vennootschapsbelasting. Dit zorgt ervoor dat het pensioen bij een pensioenfonds die werkzaamheden uitbesteedt duurder is.

Om de heffing zo veel mogelijk te matigen moet de vergoeding aan de BV voor de uitbestedingswerkzaamheden door het fonds zo laag mogelijk gehouden worden. Bijvoorbeeld in dit geval door de opslag van 6% zodanig te verlagen dat een geen fiscale winst is in BV X.

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis
Bron: Rechtbank Den Haag; nr.12/8613, datum 6 juni 2013