Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

PPI’s gunstig voor hoogte pensioen en kosten?

3 juni 2014

Op 23 mei verscheen het rapport met de uitkomsten van het onderzoek naar het functioneren van de PPI. Sinds de introductie van de premiepensioeninstelling (PPI) in 2011 is er meer concurrentie gekomen tussen aanbieders van premieregelingen en krijgen deelnemers zo'n 13% hoger pensioen en een lager risico. Het rapport geeft een aantal aandachtspunten.

Resultaat evaluatie

Tijdens de parlementaire behandeling van de Wet introductie premiepensioeninstellingen heeft de minister van Financiën toegezegd na drie jaar de PPI te zullen evalueren. Dit rapport is het resultaat van deze evaluatie. De conclusie van deze evaluatie luidt als volgt.

De introductie van de PPI heeft daadwerkelijk bijgedragen aan meer concurrentie voor de uitvoering van premiepensioenregelingen en heeft geleid tot lagere kosten, meer transparantie en betere beleggingen en communicatie. De PPI heeft een sterk katalyserende rol gespeeld voor ontwikkelingen die aan betere tweede pijler premiepensioenproducten hebben bijgedragen: internetontwikkelingen, provisieverbod, deskundigheidsvergroting van adviseurs en netto staffels. De geconstateerde prijsdaling heeft een meetbaar positief effect op het pensioenresultaat van deelnemers aan premiepensioenregelingen. Bij een gelijkblijvend pensioenbudget is er in de huidige producten meer geld beschikbaar voor pensioenopbouw en in combinatie met beter en goedkoper beleggen resulteert dit naar verwachting in zo'n 13% hoger pensioen en een lager risico voor de deelnemers.

De PPI tot nu toe

De Wet introductie premiepensioeninstellingen is op 1 januari 2011 in werking getreden. Tot nu toe doorliepen elf PPI's succesvol het vergunningstraject. Veel PPI's bevinden zich nog in een opstartfase. De markt en het aanbod ontwikkelen zich volop.

Buitenlandse pensioenregelingen

De overheid introduceerde de PPI's mede om de positie van Nederlandse partijen te beschermen. Dit met het oog op het openstellen van de Europese pensioenmarkt door de uitvoering van buitenlandse (cross border) pensioenregelingen te faciliteren. Uit het onderzoek blijkt dat op dit moment nog geen enkele buitenlandse regeling bij een PPI ondergebracht. De uitvoering van buitenlandse pensioenregelingen wordt als complex gezien, doordat in het buitenland andere eisen aan producten worden gesteld. PPI's richten zich in eerste aanleg op de uitvoering van Nederlandse pensioenregelingen voor in Nederland gevestigde ondernemingen. Een vergelijkbaar patroon was zichtbaar bij de ontwikkeling van cross border mogelijkheden in andere EU landen. Ook in andere landen werd eerst een stabiel platform in het thuisland opgebouwd alvorens de stap naar het uitvoeren van buitenlandse regelingen te maken. Vier PPI's gaven aan cross border ambities te hebben en die voor 2016 te willen invullen. Enkele internationale vermogensbeheerders onderzoeken of de PPI kan dienen als entiteit voor het uitvoeren van internationale pensioenregelingen.

In hun business plannen geven de PPI's aan een land-voor-land aanpak voor ogen te hebben bij het implementeren van buitenlandse regelingen. Men spreekt daarbij een ambitie voor de komende jaren uit die varieert tussen één en vijf landen.

Analyse van premiepensioenproposities

De propositie voor een premiepensioenregeling bestaat uit een aantal bouwstenen die als volgt in drie categorieën kunnen worden onderverdeeld:

  1. Het voeren van een administratie van pensioenaanspraken en van beleggingen en de communicatie met werkgevers en deelnemers;
  2. Het daadwerkelijk (laten) beleggen van premies in de onderliggende beleggingsfondsen;
  3. Het verzekeren van aanvullende dekkingen als inkomensvoorzieningen bij overlijden en arbeidsongeschiktheid.

Uit het onderzoek komt naar voren dat:

  • Zowel de uitvoeringskosten van premiepensioenregelingen als de totale beleggingskosten significant zijn gedaald. De uitvoeringskosten blijken in sommige gevallen te zijn gedaald met meer dan 50% zonder dat het dienstenpakket ten opzichte van 2010 is afgenomen. Een veel groter gedeelte van de dienstverlening en communicatie vindt digitaal plaats. Dit zorgt voor een toegenomen efficiency en creëert daarnaast nieuwe communicatiemogelijkheden.
  • De risicopremies die door uitvoerders in rekening worden gebracht voor aanvullende verzekeringen bij overlijden en arbeidsongeschiktheid zijn verlaagd. Dit is niet volledig aan de toegenomen concurrentie toe te schrijven, omdat de verlagingen mede worden veroorzaakt door een stijging van de levensverwachting en de gewijzigde WIA-instroom.
  • Het beleggingsbeleid van pensioenuitvoerders leidt tot een hoger beleggingsrendement terwijl het risico is afgenomen. Lagere totale beleggingskosten dragen bij aan hogere netto rendementen.
  • Het beleggingsbeleid is meer geënt op de inkoop van pensioen op de pensioendatum en het renterisico dat samenhangt met het op de pensioendatum omzetten van kapitaal in pensioen wordt beter afgedekt.

 

De PPI's hebben bijgedragen aan een kwaliteitsverbetering van de proposities. De  kostentransparantie van premiepensioenproducten en de kwaliteit van de dienstverlening zijn toegenomen en de communicatiemogelijkheden zijn verruimd.

Knelpunten en toekomstperspectief

Op het gebied van communicatie over beleggingen zijn volgens het rapport nog belangrijke stappen te zetten. Werkgevers, deelnemers en adviseurs geven aan meer instrumenten nodig te hebben om de beleggingsprestaties te kunnen beoordelen en wensen meer inzicht in de impact van risico en beleggingskeuzes die zij kunnen maken op het pensioenresultaat voor deelnemers. Er wordt door aanbieders nagedacht over productinnovaties, bijvoorbeeld als het gaat om de integratie van garanties in producten. Daarbij zoeken levensverzekeraars naar innovaties die door PPI's niet of lastig kunnen worden gekopieerd.

PPI's zijn in verschillende stadia van ontwikkeling. Sommige PPI's hebben hun commerciële activiteiten pas in 2013 gestart, terwijl andere PPI's al sinds 2011 commercieel actief zijn. Geen enkele PPI heeft op dit moment het break even punt tussen opbrengst en kosten bereikt, maar het is te vroeg om een oordeel over de levensvatbaarheid van PPI's te geven. De eerste PPI's zullen naar verwachting in 2014 winstgevend worden, maar er zijn zorgen in hoeverre de omvang van de markt alle PPI's in staat stelt om op basis van de binnenlandse vraag een rendabele onderneming te voeren.

De uitvoeringskosten die aan werkgevers worden doorbelast zijn door de toegenomen concurrentie sterker gedaald dan door efficiencyvoordelen wordt gerechtvaardigd. Bovendien bestaat de zorg dat PPI's, die met een blanco lei konden starten, na verloop van tijd net als levensverzekeraars met legacy problemen in hun administratieve processen en daardoor hogere kosten zullen worden geconfronteerd. Aanbieders en adviseurs geven aan dat het risico van een eventuele consolidatie in de markt voor deelnemers als beperkt wordt gezien vanwege de wettelijke rangregeling, de aandacht van toezichthouders hiervoor in het lopende toezicht en de verantwoordelijkheid die de sector zegt te nemen. Aanbieders geven aan bereid te zijn portefeuilles over te nemen van PPI's die bij gebrek aan toekomstperspectief, al dan niet door DNB daartoe aangezet, besluiten de activiteiten te staken. De overnemende aanbieders doen dit omdat ongeregisseerde exits het aanzien van en het vertrouwen in de sector behoorlijk zouden kunnen schaden. Bovendien kunnen zij zelf zo de benodigde schaal behalen. De onderzoekers gaan er van uit dat tijdige opheffing veel waarschijnlijker is dan een eventueel faillissement. Mocht zich desondanks toch een faillissement voordoen, dan biedt de in 2012 gewijzigde rangregeling de deelnemers adequate bescherming van hun pensioenvermogen.

Commentaar

Het eerste dat opvalt aan het rapport, is dat dit is gedateerd februari 2014. Het wekt verwondering dat de officiële publicatie op 23 mei plaatsvond. Vier maanden later! Enkele knelpunten die het rapport noemt zijn de volgende.

  • Directeur-grootaandeelhouder in de PPI. Volgens PPI's is er geen wettelijke belemmering om een pensioenregeling voor een directeurgrootaandeelhouder (DGA) in een PPI onder te brengen. DNB heeft hierover een ander standpunt ingenomen en is van mening dat DGA's hun pensioenaanspraken niet onder kunnen brengen bij een PPI. PPI's vinden dat zij worden achtergesteld ten opzichte van levensverzekeraars.
  • Aanwenden opgebouwd kapitaal voor uitgesteld pensioen tijdens opbouwfase. Het tussentijds omzetten van reeds opgebouwd kapitaal in een gegarandeerde pensioenaanspraak (uitgesteld pensioen) verloopt voor een PPI anders dan bij een verzekeraar. Een PPI mag immers geen verzekeringstechnische risico's lopen en het overdragen van het kapitaal aan een verzekeraar is dan de enige optie. Er is in zo'n geval sprake van waardeoverdracht. DNB is, in tegenstelling tot de PPI's, van mening dat deze vorm van waardeoverdracht op grond van de Pensioenwet niet is toegestaan. Dit treft deelnemers aan wie men, op grond van de pensioenovereenkomst, de mogelijkheid wil bieden te opteren voor een alternatieve aanwending (veiligstellen) van reeds eerder belegde premies en het gerealiseerde rendement daarop. Levensverzekeraars kunnen de omzetting van kapitaal in pensioen wel faciliteren.

 

Deze knelpunten kunnen snel opgelost worden. Wij roepen de politiek op om hier snel werk van te maken.

Een opvallende conclusie van het onderzoek is dat als gevolg van de PPI deelnemers zo'n 13% hoger pensioen en een lager risico hebben.  Wij vragen ons af of dat ik de toekomst ook zo blijft. Een andere conclusie is namelijk dat de uitvoeringskosten die aan werkgevers worden doorbelast sterker zijn gedaald dan door efficiencyvoordelen wordt gerechtvaardigd. En de zorg dat PPI's na verloop van tijd net als levensverzekeraars met legacy problemen in hun administratieve processen en daardoor hogere kosten zullen worden geconfronteerd. Het gevolg hiervan kan zijn dat er een druk ontstaat op de kosten.

 

Auteur: Erik Schouten, adviseur Aegon Adfis
Bron: Rapport evaluatie PPI, 23 mei 2014