Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Q&A vrijval levensloop

17 januari 2013

Per 1 januari 2013 veranderde de regelgeving voor de levensloopregeling ingrijpend. Een levensloopsaldo lager dan € 3.000 valt automatisch en verplicht vrij. Het levensloopsaldo dat vrijvalt mag vrij worden besteed. Maar wanneer iemand een hoger saldo heeft, geldt die verplichte vrijval niet. Hij kan kiezen tussen doorsparen, laten staan of opnemen. Dit levert veel vragen op. Na een kort overzicht van de gewijzigde regels geven wij een overzicht van veel gesteld vragen en natuurlijk de bijbehorende antwoorden.

 

Regels met ingang van 2013

Vanaf 1 januari 2013 mag een deelnemer zijn of haar levensloopsaldo ineens opnemen. Het is niet langer verplicht om het saldo op te nemen bij verlof. De levensloopspaarder mag nu zelf beslissen waarvoor hij het opgenomen levensloopsaldo gebruikt. De opname van levenslooptegoed is niet meer gekoppeld aan een verlofperiode bij de werkgever. Dat betekent, naast veel grotere vrijheid in bestedingsdoelen, dat de afhankelijkheid van de werkgever een stuk kleiner is. De uitbetaling van het levensloopsaldo verloopt nog wel via de werkgever, maar hij hoeft niet meer akkoord te gaan met verlof. Voor de toepassing van het overgangsrecht is het onderscheid tussen levensloopspaarders met op 31 december 2011 een levensloopsaldo van meer of minder dan € 3.000 erg belangrijk.

 

Saldo > € 3.000 

Voor levensloopspaarders met een saldo van € 3.000 of meer (een hoog saldo) op 31 december 2011 geldt overgangsrecht. Deze spaarders kunnen tot 2022 onder dezelfde voorwaarden als voorheen blijven doorsparen op hun levenslooprekening. Resterende levensloopsaldi vallen op 31 december 2021 vrij en zijn dan volledig belast. Vanaf 2012 bouwen deze spaarders geen levensloopkorting meer op.

Wanneer zij ervoor kiezen om hun levensloopsaldo in 2013 op te nemen, wordt het op 31 december 2011 opgebouwde saldo voor maar 80% in aanmerking genomen. Dit geldt alleen bij opname van het volledige levenslooptegoed. Nadat gebruik is gemaakt van deze eenmalige opnamemogelijkheid stopt het overgangsrecht. De toepassing van de 80%-regeling is beperkt tot levensloopsaldi op 31 december 2011. Stortingen en renteaangroei in 2012 en 2013 tellen volledig mee in de belastingheffing. In het verleden opgebouwde rechten op de levensloopverlofkorting worden verrekend met de belasting over het opgenomen levensloopsaldo. Opnames na 2013 zijn volledig belast; de 80%-regeling geldt alleen voor 2013.

 

Saldo < € 3.000 

Deelnemers met een saldo lager dan € 3.000 (een laag saldo) hebben geen keuze. Hun saldo valt aan het begin van 2013 vrij. Ook hier is maar 80% van het saldo op 31 december 2011 belast.

 

Wat is er veranderd in de levensloopregeling per 1 januari 2012?

Tot 1 januari 2012 konden werknemers die fiscaal voordelig wilden sparen, kiezen voor de levensloopregeling. Op 1 januari 2012 veranderde deze regeling. Het opgebouwde levensloopsaldo op dat moment bepaalt de gevolgen. 
• Saldo op 31-12-2011 ≥ € 3.000: doorsparen in de levensloopregeling is mogelijk. Bij deelname vanaf 2012 wordt geen levensloopverlofkorting meer opgebouwd.
• Saldo op 31-12-2011 < € 3.000: doorsparen niet meer mogelijk. 

 

Wanneer wordt de vitaliteitsregeling ingevoerd?

De vitaliteitsregeling was bedoeld als opvolger voor de levensloop- en spaarloonregeling. Niet alleen werknemers maar ook ondernemers konden deelnemen. De regeling zou ingaan op 1 januari 2013. Deze regeling is in verband met bezuinigingen niet ingevoerd.

 

Waarvoor mag het levensloopsaldo worden opgenomen?

Vanaf 1 januari 2013 vervalt de eis dat levensloopsaldo alleen mag worden opgenomen bij verlof. Het saldo is dus bestedingsvrij op te nemen. Dit geldt ongeacht het bedrag dat op de levenslooprekening staat. En dat geldt niet alleen voor 2013 maar ook voor de jaren erna.

 

Hoe vindt belastingheffing plaats in 2013?

De bank betaalt het levensloopsaldo aan de werkgever. De werkgever (of laatste werkgever) betaalt het levensloopsaldo aan de werknemer, nadat hij daarop belasting heeft ingehouden.  
• Belasting wordt betaald over 80% van het bedrag dat op 31 december 2011 op de levenslooprekening stond. 20% Van dit bedrag is dus belastingvrij. 
• De vrijstelling van 20% geldt niet voor bedragen die na 31 december 2011 nog op de levenslooprekening zijn gestort, of de rente die in 2012 of 2013 is opgebouwd. Deze bedragen zijn volledig belast.

 

En belastingheffing na 2013?

Na 2013 is opname van het saldo voor 100% belast. Voor dit bedrag geldt dan geen belastingvoordeel. Dit kan overigens alleen als het levensloopsaldo op 31 december 2011 € 3.000 of meer bedraagt. Zie ook een volgende vraag.

 

Wat gebeurt er met de levensloopverlofkorting?

Bij opname in 2013 of later kan de deelnemer gebruik maken van de levensloopverlofkorting. De hoogte van deze korting is gerelateerd aan het aantal jaren dat de deelnemer heeft ingelegd op de levenslooprekening. De levensloopverlofkorting vermindert de te betalen belasting over het opgenomen levenslooptegoed. Vanaf 2012 is opbouw van levensloopverlofkorting niet meer mogelijk.

 

Wanneer kan de levensloopregeling voortgezet worden?

Bepalend is de hoogte van het levensloopsaldo op 31 december 2011. 
• Saldo op 31 december 2011 < € 3.000: saldo valt begin 2013 verplicht vrij. De levensloopregeling kan niet voortgezet worden. 
• Saldo op 31 december 2011 ≥ € 3000: saldo opnemen of levensloopregeling voortzetten. 

 

Wat zijn de gevolgen van opname voor de bijdrage voor de Zorgverzekeringswet?

Opname van het levensloopsaldo heeft een verhoging van de Zvw-grondslag tot gevolg.Tot een inkomen van ongeveer € 51.000 moet de werkgever een bijdrage betalen voor de Zorgverzekeringswet (Zvw). Als de deelnemer geen (ex-)werkgever heeft en het saldo door de bank wordt uitgekeerd, moet hij zelf, bij zijn aangifte inkomstenbelasting, de bijdrage betalen.

 

Zijn er bij opname gevolgen voor toeslagen?

Dat is heel goed mogelijk. Denk hierbij aan de zorg-, kinderopvang-, en huurtoeslag. Opname van het levenslooptegoed heeft tot gevolg dat het toetsinkomen in het jaar van opname hoger wordt en de toeslag lager. Er is ook een vermogenstoets voor sommige toeslagen. Zolang de levensloopregeling wordt voortgezet en het levensloopsaldo niet is opgenomen, telt het levensloopsaldo niet mee als bezitting in box 3. Het levensloopvermogen telt dan niet mee voor die toeslagen.

 

Welke gevolgen zijn er voor de WW?

De keuze om door te sparen of op te nemen kan invloed hebben op de hoogte van een mogelijke WW uitkering. Het bedrag dat iemand opneemt uit zijn levensloopspaarregeling verhoogt het loon voor de WW in het jaar van opname. Maar alleen als er sprake is van onbetaald verlof. Een uitkering ineens (zoals dat dit jaar en de volgende jaren mogelijk is), verhoogt het loon voor de WW niet. Het loon waarop de hoogte van de WW-uitkering is gebaseerd (dagloon) is gemaximeerd op bijna € 195 (op jaarbasis een bedrag van ongeveer € 51.000).
De inleg in een levensloopregeling in 2012 verlaagde het dagloon niet. De inleg in 2013 verlaagt het dagloon wel. Met andere woorden:  inleg verlaagt het inkomen waarop een WW-uitkering wordt gebaseerd. Behalve  als het inkomen, verminderd met de inleg, boven het maximum inkomen van ongeveer € 51.000 uitkomt, dan heeft inleg géén nadelige invloed.

 

Conclusie

Wij merken dat er veel vragen leven over de mogelijkheden met de levensloopregeling. Een aantal veel voorkomende hebben wij in dit nieuwsbericht beantwoord.

 

Auteur: Erik Schouten, adviseur AEGON Adfis

 

Heeft u een AEGON LevensloopRekening? Wilt u bijvoorbeeld uw levensloopsaldo opnemen? Klik hier als u daarover meer informatie wilt.