Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Rapport commissie Van Dijkhuizen nadelig voor pensioen in eigen beheer

25 juni 2013

In ons bericht van 19 juni 2013 informeerden wij u over het eindrapport van de commissie Van Dijkhuizen. De aanbevelingen in het rapport hebben voor de directeur-grootaandeelhouder (DGA) met pensioen in eigen beheer vervelende consequenties. Wilt u weten welke?

Belastingheffing van de DGA

De DGA is zowel werknemer als vermogensverschaffer van de BV.  In die hoedanigheid wordt zijn beloning ook op verschillende manieren belast. De DGA moet in de inkomstenbelasting het loon aangeven als inkomen uit werk en woning (box 1 ). Als de DGA samen met zijn partner 5% of meer van de aandelen van de BV bezit moet hij over de opbrengsten van die aandelen (dividend en winst behaald bij verkoop) inkomstenbelasting betalen. Dit noemen we inkomsten uit aanmerkelijk belang (box 2). De tarieven in de verschillende boxen zijn niet gelijk. Daarom kan het voor de DGA aantrekkelijk zijn om in plaats van loon dividend uit te keren. De wetgever heeft dit calculerend gedrag enigszins beperkt door het invoeren van de gebruikelijk loonregeling. Deze regeling komt er op neer dat het loon van de DGA ten minste 70% moet bedragen van het loon dat gebruikelijk is voor een werknemer (niet zijnde DGA) die dezelfde werkzaamheden uitvoert. Het gebruikelijk loon van de DGA wordt ten minste gesteld op € 43.000. 
Volgens het rapport van de commissie stellen DGA's de heffing van aanmerkelijk belang vaak uit. Dit kunnen ze eenvoudig doen. Immers  ze zijn pas belastingverschuldigd als de BV dividend uitkeert of bij verkoop van de aandelen. Hiermee lopen ze niet in de pas met zelfstandige ondernemers en beleggers. De winst uit onderneming of vermogen wordt altijd direct belast in respectievelijk box 1 en box 3.

 

Voorheffing niet uitgekeerd dividend

 

De commissie stelt voor om de ongelijkheid tussen DGA's enerzijds en zelfstandige ondernemers en beleggers anderzijds op te heffen. Dit doet ze door het gebruikelijk loon te verhogen tot 90% van het loon dat gebruikelijk is voor een werknemer die dezelfde werkzaamheden uitvoert. Daarnaast wil de commissie dat AB-houders jaarlijks belasting laten betalen over een forfaitair rendement. Dit forfaitaire rendement moet volgens de commissie afgeleid worden van het aandeel van de AB-houder in het fiscale vermogen van de BV. De hoogte van de belastingheffing over het forfaitaire rendement is in het voorstel gelijk aan de heffing in box 3. Deze heffing over het forfaitair rendement wordt gecompenseerd met de belastingheffing over het dividend of over de winst bij verkoop van de aandelen.

Commentaar

Wij geven geen oordeel over de redelijkheid van het voorstel. Maar wat ons wel opvalt, is dat de commissie voorstelt om het forfaitaire rendement te bepalen op basis van het fiscale eigen vermogen. Vooral aandeelhouders met pensioen in eigen beheer worden dan nadelig getroffen. Immers, de commerciële waarde van de pensioenverplichting is veel hoger dan de fiscale waarde van de pensioenverplichting. Hierdoor zijn de BV's in onderdekking en mogen zij - zonder dat dit fiscale consequenties heeft -  geen dividend uitkeren ( zie ons bericht van 25 september 2012). De DGA's zijn wel de belasting verschuldigd over het forfaitaire rendement. Dit kan leiden tot een liquiditeitsprobleem bij de DGA. Compensatie met latere opbrengsten zal vaak ook niet mogelijk zijn, omdat deze er vaak niet zullen zijn. 
Kennelijk heeft de commissie de verschillen tussen de commerciële waarde en de fiscale waarde niet meegenomen bij hun afweging. Dat is jammer want het zou een goede aanleiding zijn om  de fiscale waarde van pensioenverplichtingen in lijn te brengen met de commerciële waarde. Bijvoorbeeld door  de rekenrente op dezelfde wijze in te vullen als de voorgestelde aanpassing in box 3. 
 
Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur AEGON Adfis
Bron: eindrapport commissie Van Dijkhuizen