Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Rechtbank: lijfrente-uitkering van inwoner Thailand in Nederland belast

26 augustus 2013

Meneer A. woont in Thailand. Hij ontving in 2009 een lijfrente-uitkering van een Nederlandse verzekeringsmaatschappij. A. vindt dat Thailand belasting moet heffen over de uitkeringen. De inspecteur en de rechtbank zijn dit niet met hem eens en vinden dat Nederland moet heffen. Naar onze mening op discutabele gronden.

Situatie

Meneer A. woont in Thailand. Hij ontving in 2009 een lijfrente-uitkering van een Nederlandse verzekeringsmaatschappij. Deze verzekeraar heeft op de lijfrente-uitkering loonheffing ingehouden en afgedragen. A. claimde in zijn aangifte inkomstenbelasting aftrek ter voorkoming van dubbele belastingheffing over het bedrag van de ontvangen lijfrente-uitkering. De inspecteur heeft dit geweigerd.

Uitspraak

Rechtbank Zeeland-West-Brabant deed uitspraak over de vraag of Nederland op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Thailand bevoegd was om belasting te heffen over de lijfrente-uitkering. De Rechtbank oordeelde dat Nederland op grond van het verdrag heffingsbevoegd is over de lijfrente-uitkering. Op grond van het belastingverdrag heeft Nederland een heffingsrecht voor zover de termijnen ten laste zijn gekomen van winst die in Nederland is behaald door een onderneming. Volgens het Hof is dat hier het geval: de lijfrente-uitkering komt ten laste van de door de verzekeringsmaatschappij in Nederland gedreven onderneming. De stelling van A., dat de lijfrente-uitkering niet ten laste van de winst, maar van de opgebouwde reserves of voorzieningen is gekomen, verwerpt de rechtbank. De winst van een verzekeringsmaatschappij wordt enerzijds bepaald door de ontvangen premies en de op haar beleggingen behaalde rendementen en anderzijds door de uitkeringen die zij op grond van de aangegane verplichtingen verschuldigd is.

Commentaar

In veel (vaak oudere) belastingverdragen is het heffingsrecht over lijfrente- en pensioenuitkeringen toegewezen aan het woonland. De tekst komt veelal overeen met artikel 18, lid 1 van het verdrag met Thailand: “Onder voorbehoud van de bepalingen van het tweede lid van dit artikel en het eerste lid van artikel 19, zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen ter zake van een vroegere dienstbetrekking betaald aan een inwoner van een van de Staten, alsmede aan een zodanige inwoner betaalde lijfrenten slechts in die Staat belastbaar.” Dat zou in deze situatie dus Thailand zijn.

Maar het belastingverdrag tussen Nederland en Thailand bevat een bepaling die niet in veel andere verdragen is opgenomen. Het gaat om lid 2 van artikel 18: “Die inkomsten mogen echter ook in de andere Staat worden belast, voor zover zij als zodanig ten laste komen van winst, die in die andere Staat is behaald door een onderneming van die andere Staat of door een onderneming die aldaar een vaste inrichting heeft.” Dus als aan deze extra voorwaarde wordt voldaan mag het land van waaruit de lijfrente wordt betaald, in dit geval Nederland, ook belasting heffen. De rechtbank is van oordeel dat op basis van het tweede lid het heffingsrecht aan Nederland toekomt.

Wij kijken anders tegen dit artikel aan dan de rechtbank. Wij zijn van mening dat de lijfrente-uitkeringen wel degelijk vallen onder artikel 18 lid 1 van het verdrag en daarmee in het woonland belast zullen moeten zijn. Het standpunt dat met “onderneming” in lid 2 de verzekeringsmaatschappij wordt bedoeld, lijkt ons onwaarschijnlijk. De lijfrente termijnen komen immers niet ten laste van de winst van een verzekeraar. Dit betreffende artikel is vermoedelijk meer gericht op pensioen in eigen beheer of lijfrente in de onderneming door een overnemende ondernemer. Het lijkt erop dat de belastingdienst ook op deze manier hiernaar kijkt. In het document “Verdragsstaten IB niet-ingezetenen” staan de gevolgen van veelvoorkomende situaties als iemand buiten Nederland woont en inkomsten heeft in of vanuit Nederland. Bij Thailand staat onder het kopje “Pensioenen en lijfrenten” dat pensioen particulier/overheidsbedrijf en lijfrenten standaard belast worden in Thailand. “Tenzij t.l.v. winst NL onderneming of v.i. (waar db. werd uitgeoefend) en rechtstreeks uitbetaald hierdoor”.

Naar onze mening valt de lijfrente in de hier beschreven situatie onder de werking van artikel 18 lid 1 en is als zodanig belast in het woonland. 

 

Auteur:  Erik Schouten, adviseur AEGON Adfis
Bron:  Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-06-2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:5593