Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Regeerakkoord: gevolgen voor pensioen, eigen woning en arbeidsmarkt

29 oktober 2012

Na 47 dagen onderhandelen presenteerden Mark Rutte en Diederik Samsom op 29 oktober hun regeerakkoord met de titel "Bruggen slaan". De maatregelen die in het akkoord zijn opgenomen liegen er niet om: iedereen gaat er wat van merken. In dit nieuwsbericht een overzicht van de maatregelen op het gebied van pensioenen, de eigen woning en de arbeidsmarkt.

Hoofdlijnen regeerakkoord

De VVD en de PvdA gaan in de komende kabinetsperiode 16 miljard bezuinigen. De koopkracht van mensen met een inkomen tot modaal (ongeveer € 33.000) stijgt met gemiddeld 0,2 procent per jaar; de koopkracht van mensen met meer dan drie keer modaal daalt met gemiddeld 0,6 procent per jaar. Een aantal maatregelen uit het regeerakkoord was al bekend. Zo was in het Herfstakkoord opgenomen dat de AOW-leeftijd sneller zal gaan stijgen dan nu in de wet is bepaald (zie ook ons nieuwsbericht van 2 oktober) .

AOW 

  • De AOW-leeftijd wordt volgens onderstaand schema geleidelijk verhoogd tot 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. Vervolgens wordt het gekoppeld aan de stijging van de levensverwachting. In onderstaand schema staat de verhoging van de AOW-leeftijd in maanden volgens de huidige wet en volgens het Herfst(deel)akkoord dat nu in het regeerakkoord is opgenomen. 

 

  2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021
Huidige wet 1 2 3 5 7 9 12 15 18
Na deelakkoord 1 2 3 6 9 12 16 20 24

 

  • Voor mensen die per 1-1-2013 deelnemen aan een VUT- of prepensioenregeling en zich niet hebben kunnen voorbereiden op de AOW leeftijdsverhoging wordt een overbruggingsregeling ontworpen. De regeling geldt voor deelnemers met een inkomen tot 150 procent van het wettelijk minimumloon en kent een partner- en vermogenstoets (exclusief eigen woning en pensioenvermogen). Mocht invoering per 1 januari 2013 op praktische bezwaren stuiten, dan krijgt de regeling terugwerkende kracht tot die datum.
  • Er komt een doorwerkbonus voor werknemers van 61 tot 65 jaar met een laag inkomen. Hiermee kan een werknemer die doorwerkt, sparen om de financiële gevolgen van de stijging van de AOW-leeftijd vanaf 2013 op te vangen. Wanneer in 2021 de AOW-leeftijd 67 is kunnen degenen die doorwerken tot 65,5 jaar gemiddeld anderhalf jaar eerder met pensioen zonder er financieel op achteruit te gaan. De doorwerkbonus geldt voor werknemers met een inkomen vanaf 90 procent van het wettelijk minimumloon, is maximaal van 100 tot 120 procent en stopt bij een inkomen van 175 procent van het wettelijk minimumloon.
  • De partnertoeslag voor AOW gerechtigden wordt per 1 juli 2014 ingeperkt. AOW-gerechtigden die samen met hun partner (die nog niet AOW gerechtigd is) een totaalinkomen hebben van meer dan 50.000 (exclusief AOW) ontvangen niet langer de partnertoeslag. 
  • Het vitaliteitssparen wordt niet ingevoerd.

Pensioenen

  • Het Witteveenkader wordt verder aangepast. Dat betekent een verlaging van de maximale opbouwpercentages met 0,4%. Voor eindloonregelingen wordt het maximale opbouwpercentage 1,5 en voor middelloonregelingen 1,75. De maximale opbouw voor lijfrenten wordt naar rato verlaagd.
  • Over het inkomen boven € 100.000 (drie keer modaal) kan niet langer fiscaal gunstig pensioen worden opgebouwd. Met andere woorden: pensioenopbouw boven deze inkomensgrens wordt niet meer ondersteund door de fiscus. Dit betreft ongeveer 370.000 mensen. Betaalde premies zijn daarvoor niet langer aftrekbaar, werkgeversbijdrage is belast als loon. Dit geldt ook voor individuele lijfrenten.
  • Volgens de doorrekening van het regeerakkoord door het Centraal Planbureau is de budgettaire opbrengst van beperking pensioenopbouw onzeker. Het fiscale kader is namelijk niet waterdicht. In de meeste pensioenregelingen ligt de opbouw van rechten vast (bij middelloonregelingen), maar is de premie variabel. De ruimte die vrijvalt door een versobering van de opbouw van nieuwe rechten kan ook aangewend worden voor verbetering van de indexatie (bijvoorbeeld koppeling aan lonen in plaats van aan prijzen), voor vermindering van het beleggingsrisico of voor verbetering van het nabestaandenpensioen. Het budgettaire effect van de versobering van het Witteveenkader is dus mede afhankelijk van de reactie van de sociale partners en de pensioenfondsen.

Eigen woning

  • De hypotheekrenteaftrek blijft bestaan maar wordt wel aangepast. Voor bestaande én nieuwe hypothecaire leningen wordt vanaf 2014 het maximale aftrektarief (vierde schijf, 52%), in stappen van een half procent per jaar teruggebracht naar het tarief van de derde schijf. Met de opbrengst wordt niet de staatsschuld verlaagd. De opbrengst wordt jaarlijks teruggesluisd naar de groep die door de maatregel geraakt wordt. Voor de helft door verlaging van het hoogste tarief in de inkomstenbelasting en voor de helft door verlenging van de derde belastingschijf.
  • De problemen met restschulden worden gericht aangepakt. De rente betaald op restschulden kan maximaal 5 jaar en onder voorwaarden blijven worden afgetrokken.
  • De gunstige leningsfaciliteit voor starters van de Stichting Volkshuisvesting Nederland zal worden uitgebreid.

Arbeidsmarkt

  • De preventieve ontslagtoets in de vorm van een verplichte adviesaanvraag aan de Uitvoeringsorganisatie Werknemersverzekeringen (UWV) blijft gehandhaafd. Criteria voor rechtmatig ontslag worden nauwkeurig omschreven. De parallelle route via de kantonrechter vervalt. Het UWV gaat het overgrote deel van de aanvragen binnen vier weken afhandelen (nu zes weken).
  • Bij ontslag wegens bedrijfseconomische redenen blijft het UWV dezelfde toetsingscriteria hanteren als tot nu toe. Werkgevers zullen een transitiebudget moeten betalen, tenzij het ontslag ingegeven is door de slechte financiële situatie van de werkgever en de werkgever failliet zal gaan als hij aan die verplichting moet voldoen.
  • Een ontslagen werknemer kan zich tot de rechter wenden. Die zal het UWV-advies zwaar laten wegen. De toetsingscriteria voor de rechter worden identiek aan de criteria die het UWV toepast voor een werkgever.
  • Indien de rechter een ontslag onterecht vindt of in hoofdzaak aan de werkgever te wijten, kan hij een vergoeding toekennen. Indien de werkgever is afgeweken van een negatief ontslagadvies van het UWV kan de rechter het ontslag ook ongedaan maken. De ontslagvergoeding bedraagt maximaal een half maandsalaris per dienstjaar, met een grens van € 75.000. Er is geen mogelijkheid tot hoger beroep.
  • Werknemers hebben bij ontslag in de periode tussen twee banen recht op de volgende voorzieningen. Allereerst de bestaande wettelijke opzegtermijn van één tot vier maanden, afhankelijk van de duur van het dienstverband. Daarnaast is de werkgever bij onvrijwillig ontslag of het niet verlengen van een tijdelijk contract van minstens een jaar een vergoeding voor scholing in de vorm van een transitiebudget verschuldigd. De omvang van dit budget bedraagt een kwart maandsalaris per dienstjaar met een maximum van vier maandsalarissen.
  • De duur van de WW-uitkering wordt maximaal 24 maanden: 12 maanden gerelateerd aan het laatstverdiende loon en 12 maanden gerelateerd aan het wettelijk minimumloon. De eerste 12 maanden is de WW-uitkering gelijk aan het huidige maximum (75%/70% van het dagloon); de volgende 12 maanden maximaal 70% van het minimumloon. In de eerste tien jaar bouwen werknemers per gewerkt jaar één maand WW-recht op, daarna een halve maand per gewerkt jaar. Bestaande rechten voor wat betreft de opgebouwde jaren worden binnen het maximum van de nieuwe systematiek gerespecteerd.
  • Het financiële voordeel dat werkgevers hebben door deze hervorming van het ontslagrecht wordt verrekend door verhoging van de WW-premie. Het plan om werkgevers de eerste zes maanden WW-uitkering te laten betalen gaat niet door. Daar staat tegenover dat de WW-premies vanaf 1-1-2014 structureel met € 1,3 mld. omhoog gaan.
  • Voor 55-plussers die ontslagen worden gaat de inkomensvoorziening voor oudere werklozen (IOW) gelden, zonder partner- of vermogenstoets en met sollicitatieplicht. De IOAW vervalt.
  • Bij CAO mag worden afgeweken van het afspiegelingsbeginsel, dat bepaalt dat ontslagen evenwichtig moeten worden gespreid over de verschillende leeftijdsgroepen.

Conclusie

Het is duidelijk dat alle Nederlanders geraakt worden door de voorstellen uit het regeerakkoord. Hoewel veel van de plannen al bij het Herfstakkoord waren gepubliceerd of waren uitgelekt, komt de verdere beperking van de pensioenopbouw toch nog als een verrassing.

 

Auteur: Erik Schouten, adviseur Aegon Adfis
Bron:  "Bruggen slaan, Regeerakkoord VVD - PvdA" en doorrekening CPB, te vinden op www.kabinetsformatie2012.nl.