Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Regering antwoordt op kritische vragen Eerste Kamer (1)

10 september 2013

Op 2 september verstuurden de fracties uit de Eerste Kamer zeer kritische vragen en opmerkingen over de twee pensioenwetsvoorstellen aan de regering. Binnen een week gaf de regering antwoord op deze vragen. De vraag blijft of de Eerste Kamer de wetsvoorstellen aanneemt.
In dit nieuwsbericht gaan we in op het wetsvoorstel Wet pensioenaanvullingsregelingen. In deel 2 gaan we in op het wetsvoorstel Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen.

Achtergrond

In ons nieuwsbericht van 4 september beschreven wij de vragen en opmerkingen van de fracties uit de Eerste Kamer. In dit nieuwsbericht geven wij de reactie van de regering hierop weer.

Memorie van Antwoord (MvA) Wet pensioenaanvullingsregelingen

Heeft de regering inzicht van de bereidheid van uitvoerders om de netto pensioen- en lijfrente-excedent regelingen aan te bieden?

Het kabinet heeft op dit punt geen direct contact gehad met organisaties zoals de Pensioenfederatie of het Verbond van Verzekeraars. Deze organisaties waren echter aangesloten bij de werkgroep van de Stichting van de Arbeid die de excedentregelingen hebben ontwikkeld. Het kabinet neemt aan dat, indien de pensioen- en lijfrente-uitvoerders niet bereid zouden zijn deze door de werkgroep ontwikkelde excedentregelingen aan te bieden, de genoemde organisaties zich daarover in het kader van de werkgroep zouden hebben uitgelaten. Wel hebben de genoemde organisaties opmerkingen gemaakt over de hoge uitvoeringskosten om dergelijke regelingen aan te bieden.
 
De fracties geven het kabinet een alternatief voor het wetsvoorstel: stel fiscaal bovenmatige pensioenen geheel vrij van de bezittingen in box 3. Een dergelijke regeling, die uitgaat boven het maximale fiscale opbouwpercentage of de fiscale aftoppingsgrens, is niet afkoopbaar.
 
Het kabinet is geen voorstander van de voorgestelde vrijstelling in box 3 en ziet twee grote risico’s:

  • Er ontstaat een fiscale prikkel voor extra pensioenbesparingen. Hierdoor kunnen mensen geneigd zijn eerder te stoppen met werken. Dat acht de regering een ongewenste situatie.
  •  De opbrengst van de box 3-heffing loopt sterk terug. Dit heeft aanzienlijke budgettaire gevolgen voor de overheidsfinanciën.

 De regeling is zeer complex, ineffectief en onevenwichtig in zijn uitwerking. Waarom heeft de regering het wetsvoorstel ingediend terwijl de Raad van State een uitgesproken negatieve advies uit heeft gebracht? Een van de punten van fundamentele kritiek op dit voorstel vanuit de praktijk zijn de als disproportioneel gekwalificeerde uitvoeringskosten.

Het kabinet heeft in het nader rapport aandacht besteed aan de kritische kanttekeningen van de Raad van State. Het kabinet heeft in het kader van het sociaal akkoord op 11 april 2013 sociale partners de vrije hand gegeven binnen het budgettaire kader van € 250 miljoen alternatieven voor of aanvullingen op de in het regeerakkoord voorgestelde aanpassing van het Witteveenkader uit te werken. Dit heeft geresulteerd in de voorliggende excedentregeling, die conform de afspraken met sociale partners door het kabinet naar het parlement is gestuurd. Het kabinet heeft geconstateerd dat het voorstel weliswaar uitvoerbaar is, maar wel leidt tot een complexere uitvoering en extra administratieve lasten, waardoor de uitvoeringskosten relatief hoog zijn ten opzichte van de premie-inleg. Hoe deze kosten worden gedekt is aan de uitvoerders van de regeling, maar de kosten zullen naar verwachting – uiteindelijk – opgebracht worden door de deelnemer.

Conclusie

De fracties uit de Eerste Kamer zullen niet echt onder de indruk zijn van de antwoorden van de regering. Op vrijwel alle vragen lezen zij namelijk een herhaling van de standpunten die de regering eerder heeft ingenomen. Het is aan de politiek of er in de Senaat een meerderheid voor het pensioenwetsvoorstellen te vinden is. Het kabinet gaat uitvoerig in op de mogelijkheid om deelname aan de excedentregelingen verplicht te stellen. Is dit wellicht een handreiking aan het CDA? De senatoren van deze partij zijn immers nodig om een meerderheid in de Eerste Kamer te krijgen. We zullen het merken!
 
Auteur:  Erik Schouten, adviseur Aegon Adfis
Bron: Eerste Kamer, Memorie van Antwoord van de Vaste Commissie voor Financiën, 33 672 Invoering van pensioen- en lijfrente-excedentregelingen (Wet pensioenaanvullingsregelingen)