Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

RvS maakt gehakt van netto pensioensparen

24 juni 2013

De Raad van State (RvS) is in haar advies over het wetsvoorstel netto pensioensparen erg duidelijk. Zij heeft grote bezwaren tegen de inhoud van het wetsvoorstel en geeft het kabinet in overweging het voorstel niet aan de Tweede Kamer te zenden. Volgens de Raad wordt met de regeling € 250 mln aan publieke middelen ingezet voor een zeer gecompliceerde regeling. De regeling kent hoge uitvoeringslasten terwijl de uiteindelijke opbrengst ervan voor een pensioendeelnemer minimaal, zo niet te verwaarlozen is. Het gebeurt niet vaak dat een wetsvoorstel in zulke duidelijke bewoordingen wordt afgeserveerd. Maar het kabinet trekt zich er niets van aan en gaat gewoon verder.

Netto pensioensparen

De Stichting van de Arbeid wil het voorgestelde verlaagde Witteveenkader aanvullen met een spaarfaciliteit. Het voorstel houdt kort gezegd in dat tot een inkomen van € 100.000, jaarlijks 1,75% ouderdomspensioen mag worden opgebouwd. Hiervoor geldt de omkeerregel. Daarnaast wordt een netto-aanvulling mogelijk van 0,10% van het inkomen per jaar. Hiervoor geldt de omkeerregel niet. Voor pensioenopbouw over het inkomen van meer dan € 100.000 geldt de omkeerregel helemaal niet meer. Over dit deel van het inkomen mag een opbouw plaatsvinden van een netto-uitkering  van 1,85% van het bruto inkomen. Deze regelingen worden in het jargon ook wel excedentregelingen genoemd. Zie voor meer informatie onze nieuwsbericht van 10 juni en 18 juni (nummer 1 en nummer 2).

Commentaar Raad van State en reactie kabinet

Praktische betekenis voorgestelde regeling
RvS: De opbouwmogelijkheden van het voorstel zijn beperkt, het fiscale belang is zeer beperkt en de uitvoeringslasten zullen hoog zijn. Er moet dus worden aangenomen dat het totale rendement voor de deelnemers van de voorgestelde regeling zeer beperkt zal zijn. De Raad twijfelt er ernstig aan of het op deze wijze inzetten van netto-inkomen voor een deelnemer uit een oogpunt van goed vermogensbeheer nog passend te noemen valt. 
Kabinet: "Het kabinet is zich ervan bewust dat de invoering van de pensioen- en lijfrente-excedentregelingen zal leiden tot complexere uitvoering en extra administratieve lasten." Maar de Stichting van de Arbeid "onderkende de uitvoeringskosten en administratieve lasten die zijn gemoeid met de overeengekomen aanvulling." Blijkbaar is dit voldoende voor het kabinet. 

 

Verplichtstelling
RvS: Deelname aan pensioenexcedentregelingen moet niet verplicht worden gesteld maar uitsluitend op vrijwillige basis plaats vinden. De deelnemer kan dan zelf de afweging maken of hij, ondanks de te verwachten beperkte opbrengst, toch wil participeren in de voorgestelde pensioenexcedentregelingen. Volgens de RvS leidt een verplichtstelling van een pensioenexcedentregeling als onderdeel van de pensioenovereenkomst tot een ongewenste beperking van de bestedingsvrijheid van netto-inkomsten. 
Kabinet: De sociale partners willen dat het netto pensioensparen zo veel mogelijk aansluit bij het pensioensparen volgens de tweede pijler. Hierbij hoort de mogelijkheid van een verplicht collectieve regeling. Het wetsvoorstel voldoet aan dit verzoek van de sociale partners. De wetgeving werpt geen belemmering op voor verplichtstelling. Sociale partners hebben de ruimte geen verplichtstelling na te streven.

 

Pensioenexcedentregeling en Pensioenwet
RvS: Vraagt zich af of het de bedoeling is dat pensioenexcedentregelingen op grond van de Pensioenwet als aanvullend op bestaande pensioenregelingen moeten worden aangemerkt en door hetzelfde pensioenfonds kunnen worden uitgevoerd. In dat geval moet de Pensioenwet worden aangepast.
Kabinet: De pensioenexcedentregeling kan onderdeel zijn van de basispensioenregeling maar ook het karakter kan hebben van een vrijwillige pensioenregeling. Het is aan sociale partners om daar invulling aan te geven. Alle bepalingen uit de Pensioenwet, waaronder die van waardeoverdracht, afkoop en uitruil, zijn van toepassing op de netto-pensioenexcedentregelingen. Ten aanzien van de afkoop van kleine pensioenen worden hier geen bijzondere regels gesteld. Als de pensioenexcedentregeling bij een andere uitvoerder wordt ondergebracht, zal eerder sprake zijn van kleine pensioenen en dus van de mogelijkheid tot afkoop. De mogelijkheid tot afkoop kan in de pensioen- en uitvoeringsovereenkomst echter worden beperkt of uitgesloten. 

Conclusie

De RvS zet veel vraagtekens bij het 'Voorstel van wet tot invoering van pensioen- en lijfrente-excedentregelingen (Wet pensioenaanvullingsregelingen)'. Zij stelt dat met de regeling € 250 mln aan publieke middelen wordt ingezet voor een zeer gecompliceerde regeling waaraan hoge uitvoeringslasten zijn verbonden, terwijl de uiteindelijke opbrengst ervan voor een pensioendeelnemer te verwaarlozen is.  Zij is van oordeel dat over het wetsvoorstel niet positief kan worden geoordeeld en geeft het advies om het niet aan te bieden aan de Tweede Kamer. Dat lijkt ons een erg duidelijke stellingname. Maar het kabinet luistert er niet naar en dient het wetsvoorstel gewoon in. Wij vragen ons af wat de functie van de RvS dan is. Als een wetsvoorstel op zo'n duidelijke manier als onvoldoende wordt gekenschetst, als zo overduidelijk blijkt dat de deelnemer er niets aan heeft en dat het alleen maar geld kost, waarom gaat het kabinet dan toch door? We hebben het nog steeds wel over € 250 mln! Blijkbaar is het bang voor de reactie van de reactie van werkgevers en werknemers. Maar wat ons betreft laat het kabinet hiermee haar eigen verantwoordelijkheid lopen. 

 

Auteur:  Erik Schouten, adviseur AEGON Adfis
Bron:  advies Raad van State, Nader rapport, wetsvoorstel