Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Shopmogelijkheid achterblijvende partner en kosten in premieovereenkomsten

23 april 2009

Op 21 april 2009 stemde de Tweede Kamer over de beleggingsknip en de shopmogelijkheid voor de achterblijvende partner (zie actueel 09-18). Beide zijn aangenomen, de shopmogelijkheid evenwel zonder de bij amendement Blok voorziene terugwerkende kracht tot 1 januari 2008. Dit amendement werd ingetrokken. Wel werd een amendement van de leden Omtzigt en Spekman aangenomen dat strekt tot evenredige doorberekening van kosten bij premieovereenkomsten.

Shopmogelijkheid achterblijvende partner

Het amendement Blok werd ingetrokken omdat minister Donner (SZW) per brief de Kamer toezegde om bij de inwerkingtreding van het wetsvoorstel (Verzamelwet SZW 2009) te bepalen dat de shopmogelijkheid voor de achterblijvende partner terugwerkt tot het moment van stemming in de Tweede Kamer (21 april 2009).

Noot

De shopmogelijkheid voor de achterblijvende partner is pas na inwerkingtreding van de betreffende bepaling van de Verzamelwet uitoefenbaar.
Vraag is tot welk moment deze bepaling terugwerkt.Volgens de brief van de minister is dat het moment van stemming in de Tweede Kamer (21 april 2009). In het persbericht staat dat het shoppen mogelijk wordt voor nabestaanden die in de toekomst een nabestaandenpensioen inkopen, maar ook voor nabestaanden van wie de partner is overleden en die nog geen nabestaandenpensioen hebben ingekocht. Het persbericht is dus ruimer dan de brief. Wij hopen dat hierover in de Eerste Kamerbehandeling meer duidelijk wordt.

Kosten evenredig in premieovereenkomsten

Het amendement Omtzigt/Spekman houdt in dat het doorberekenen van kosten bij premieovereenkomsten evenredig in de tijd plaatsvindt. Volgens de Toelichting is doel van dit amendement te voorkomen dat uitvoeringskosten geheel of nagenoeg geheel in het begin van de looptijd van de pensioenverzekering in rekening worden gebracht. Door de kosteninhoudingen evenredig in de tijd te plaatsen, wordt voldaan aan de norm van een tijdsevenredige opbouw. Voorkomen moet worden dat in de beginjaren van de verzekering de inleg volledig opgaat aan uitvoeringskosten.
Eveneens volgens de Toelichting is het op grond van dit amendement ook niet mogelijk om na beëindiging van de deelneming nog kosten in mindering te brengen op de polis. Dit zou in strijd zijn met de tijdsevenredigheid. Kosten kunnen immers alleen in mindering worden gebracht op de premie. 
 

Noot

In de Toelichting op het amendement Omtzigt/Spekman staat dat het door dit amendement niet mogelijk is om na beëindiging van de deelneming alsnog kosten in mindering te brengen op de polis.
Al sinds 1 januari 2008 (de inwerkingtreding van de betreffende PW-bepalingen) is het niet mogelijk om na beëindiging van de deelneming nog administratiekosten in te houden. Dit heeft echter geen betrekking op beleggingskosten (zoals switchkosten en kosten ter zake van beheer) die na einde van de deelneming nog worden ingehouden (op beleggingsparticipaties dan wel op de interestopbrengst). Daarvan zei minister Donner tijdens de parlementaire behandeling PW uitdrukkelijk dat deze kosteninhoudingen als inherent aan het product toegestaan zijn.

Wij nemen aan dat het amendement Omtzigt/Spekman daarin geen wijziging beoogt. Ook hierin zal de Eerste Kamerbehandeling opheldering moeten geven.
 
Bronnen: