Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Spreiding vut-uitkering mag onder voorwaarden

5 juni 2013

Vut-gerechtigden met een inkomensgat als gevolg van het verschuiven van de AOW-ingangsdatum kunnen volgens Klijnsma de vut-uitkering verlengen tot de AOW-ingangsdatum. Volgens de Wet op de Loonbelasting levert dat een volledig belaste aanspraak op. Hierover stelde de PvdA vragen aan staatssecretaris Weekers. In zijn antwoorden op die vragen lost hij dit probleem pragmatisch op.

AOW-overbruggingsregeling

Vanaf 1 januari van dit jaar ontvangen mensen een AOW-uitkering als zij 65 jaar plus een maand zijn. De komende jaren schuift de AOW leeftijd verder op. Het is de bedoeling dat mensen doorwerken totdat zij de AOW leeftijd bereiken. Voor een aantal mensen is dat niet mogelijk. Zij ontvangen al een vut- of prepensioenuitkering die stopt als zij 65 worden. Door de geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd hebben deze mensen één of meer maanden geen AOW-inkomen. En dat zorgt vooral bij mensen met een laag inkomen voor problemen. Voor mensen die op 1 januari 2013 met vut of prepensioen zijn en mensen die op 1 januari 2013 een uitkering uit een private verzekering hebben en die stopt op hun 65e geldt de AOW-overbruggingsregeling. In onze Nieuwsberichten van 25 januari 2013 en 29 maart 2013 vindt u hierover meer details. Mensen waarvan de uitkering nog niet is ingegaan kunnen zich voorbereiden op het verschuiven van de AOW-inkomensdatum, aldus staatssecretaris Klijnsma. Voor hen geldt de Aow-overbruggingsregeling niet.

Anticiperen met Vut- of prepensioenuitkering

Klijnsma schreef in een brief aan de Tweede Kamer op 23 januari 2013 dat mensen met een vut- of prepensioenuitkering kunnen anticiperen op het opschuiven van de AOW-ingangsdatum door het einde van de vut- of prepensioenregeling daarop aan te passen. Met andere woorden: door de duur van die uitkeringen te verlengen, zodat de einddatum van die uitkering weer gelijk is aan de ingangsdatum van de AOW. De staatssecretaris van Financiën gaf echter aan dat het verlengen van de uitkeringsduur van een vut-uitkering leidt tot het belasten van de volledige vut-aanspraak. Dit probleem beschreef Herman Kappelle in zijn column in VVP. De PvdA vragen stelde staatssecretaris Weekers hierover vragen.

Staatssecretaris Weekers komt Klijnsma pragmatisch tegemoet

Weekers beantwoordde op 4 juni de vragen van de PvdA. Hij bevestigt dat door het verlengen van de vut-uitkering tot de verhoogde ingangsdatum van de AOW, de vut-uitkering niet meer voldoet aan de voorwaarden in de Wet op de loonbelasting. Deze regeling kan dan als een Regeling voor vervroegde uittreding (RVU) worden aangemerkt. En dat heeft vervelende fiscale consequenties voor de werkgever en werknemer. Weekers geeft in zijn antwoorden aan bereid te zijn om onder voorwaarden goed te keuren dat bestaande vut-uitkeringsrechten worden gespreid over de periode voorafgaand aan de AOW-ingangsdatum. Een spreiding over een langere periode van bestaande vut-uitkeringsrechten verschilt in die zin van het verlagen van de vut-uitkering dat bij de eerstgenoemde handeling geen sprake is van een toename van de vut-uitkeringsrechten, aldus Weekers. Hij verbindt aan de goedkeuring de voorwaarde dat de omvang van de bestaande vut-uitkeringsrechten  niet mag worden uitgebreid. De bestaande vut-uitkeringsrechten moeten daarom actuarieel neutraal worden herrekend naar over een langere periode uit te keren vut-uitkeringen. Dit heeft tot gevolg dat de maandelijkse uitkeringen lager uitvallen. Ook worden voorwaarden gesteld ten aanzien van de uiterlijke ingangs- en einddatum van de vut-uitkeringen. De vut-uitkering moet uiterlijk ingaan bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd en moet eindigen uiterlijk op het moment dat de vut-gerechtigde de voor hem geldende AOW-leeftijd bereikt.
De wet wordt hierop aangepast. Totdat dit is gebeurd kan van het goedkeurende besluit gebruik worden gemaakt.

Commentaar

Het is goed dat de ministeries van Financiën en Sociale zaken bij grote onderwerpen (zoals pensioenen) steeds vaker gezamenlijk optrekken. Dit voorkomt tegenstrijdige uitkomsten, waarvan sprake was bij het verlengen van de duur van de vut-uitkering.
Dit is een mooi voorbeeld van de overheid die alles voor zijn burgers wil regelen. Maar hoe zit het met de eigen verantwoordelijkheid van deze burger? Naar onze mening heeft deze tegemoetkoming geen enkele toegevoegde waarde. De wetgeving wordt weer ingewikkelder, het zadelt de vut-uitvoerders met extra administratieve lasten op, en –als belangrijkste- het lost geen probleem op. Een eenvoudig voorbeeld  kan dit aantonen. Wanneer iemand een vut-uitkering ontvangt tussen 60 en 65 jaar van 100 per jaar. Zijn AOW-leeftijd wordt 66. Wanneer hij gebruik maakt van de mogelijkheid die Weekers toestaat wordt zijn uitkering verlaagd naar 83,33 per jaar. Per saldo blijft hij immers 500 in totaal ontvangen. Waarom zou hij van de eerste vijf jaar uitkering niet (100 – 83,33) 16,67 kunnen sparen om zo zelf zijn inkomen tussen 65 en 66 aan te vullen? Per saldo levert dit hetzelfde resultaat op!
 
Auteur: Vera Hek, adviseur AEGON Adfis
Bron: Antwoord op Kamervragen, DB/2013/176