Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Uitwerking pensioenmaatregelen regeerakkoord

8 februari 2013

In het regeerakkoord is een aantal pensioenmaatregelen opgenomen. Enkele Kamerfracties stelden hierover vragen aan staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Zij beantwoordde deze vragen in een brief aan de Tweede Kamer. In dit nieuwsbericht een overzicht van de enkele antwoorden. Bijvoorbeeld over de aanpassing van het Witteveenkader, het verder verhogen van de pensioenleeftijd en de gevolgen van verschillende pensioenleeftijden.

 

Aanpassing Witteveenkader

De vragen over het aanpassen van het fiscale kader van pensioenen (het Witteveenkader) beantwoordt Klijnsma niet. Het kabinet streeft ernaar het wetsvoorstel dat betrekking heeft op de aanpassing van het Witteveenkader dit voorjaar bij de Tweede Kamer te dienen. Het kabinet wil de parlementaire behandeling van dit wetsvoorstel zodanig afronden dat pensioenuitvoerders voldoende gelegenheid hebben zich op de nieuwe regelgeving voor te bereiden.

 

Wijzigingen met ingang van 2014 of 2015?

Klijsma antwoordt het volgende op de vraag of het waar is dat alle beleidswijzigingen op pensioengebied met ingang van 1 januari 2015 plaats zullen vinden. Per 1 januari 2014 krijgen de wijzigingen hun beslag die het gevolg zijn van de invoering van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd. De overige beleidswijzigingen (herziening ftk en aanpassing Witteveenkader) treden in werking op 1 januari 2015.

 

Verdere verhoging pensioenleeftijd

Een verdere verhoging van de pensioenleeftijd wordt jaarlijks bezien op basis van de dan geldende CBS-bevolkingsprognose. Bij het invullen van de meest recente bevolkingsprognose in de formule in de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd, blijkt dat de AOW-leeftijd in 2030 de 68 jaar zal bereiken. Op grond van diezelfde formule en prognose verwacht het kabinet in 2020 een verhoging van de fiscale pensioenrichtleeftijd naar 68 jaar. Het kabinet wijst erop dat deze prognoses een zekere mate van onzekerheid bevat.

 

Verschillende pensioenleeftijden

Door de verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 krijgt een deelnemer twee pensioenleeftijden: pensioen dat ingaat op 67 jaar en pensioen dat ingaat op 65 jaar. Bij verdere verhoging van de pensioenleeftijd ontstaan er nog meer pensioenleeftijden. Deze  ontwikkeling heeft mogelijk forse administratieve gevolgen. In antwoord op de vraag naar de visie van de regering hierop verwijst Klijsma naar haar brief van 17 januari 2013 aan de Eerste Kamer. In die brief geeft zij aan dat pensioenuitvoerders ervoor kunnen kiezen om één pensioenleeftijd te gaan hanteren. De Pensioenwet biedt de ruimte voor een collectieve herrekening naar een hogere pensioenleeftijd. Mits die herrekening actuarieel neutraal plaatsvindt en het pensioenreglement erin voorziet dat betrokkene de pensioeningangsdatum weer naar de oorspronkelijke pensioenleeftijd terug kan zetten zonder dat dit op voorhand opgebouwde rechten aantast. Lees hierover ons commentaar in ons nieuwsbericht van 18 januari.

 

Fundamentele hervorming pensioenstelsel?

Verschillende Kamerfracties vragen of de regering noodzaak ziet tot andere, meer fundamentele, hervormingen van het pensioenstelsel. Klijnsma antwoordt dat de huidige maatschappelijke discussie over het pensioenstelsel (denk aan het nieuwe, reële pensioencontract) verder gaat dan de financiële houdbaarheid van het pensioenstelsel. Zij gaat de komende tijd met de verschillende betrokken partijen spreken om te verkennen welke vragen over het huidige pensioenstelsel bij hen leven. Op basis van de uitkomsten beslist zij op welke wijze een discussie over de toekomst van het pensioenstelsel het meest effectief kan worden gevoerd.

 

Auteur: Erik Schouten, adviseur AEGON Adfis

 

Bron: Brief van staatssecretaris Klijnsma aan de Tweede Kamer van 31 januari 2013.