Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Verjaring pensioenreparatie, arrest Hof Den Haag

8 juni 2009

Op 17 maart 2009 heeft Hof Den Haag een opmerkelijk arrest gewezen. In dit arrest ging het om werknemers die uitgesloten waren van deelname aan de pensioenregeling omdat zij part-time werkten. De pensioenregeling werd per 1 januari 1990 gewijzigd, waarna part-timers wel werden opgenomen.

Enkele parttimers stelden in 2000 op grond van de arresten van het EG-Hof van Justitie van 28 september 1994 (arresten Vroege / Fisscher) een vordering tot pensioenreparatie in.
Het Hof overwoog dat de arresten Vroege / Fisscher ruime aandacht in vakpers én media hebben gekregen. Daarom begint volgens het Hof de termijn van vijf jaar waarbinnen werknemers vorderingen wegens pensioenreparatie kunnen indienen te lopen op de datum van de arresten. Het Hof concludeerde derhalve dat de vordering tot pensioenreparatie in 2000 inmiddels was verjaard.

Noot

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad moet een vordering tot pensioenreparatie als een vordering tot schadevergoeding worden gezien. Volgens artikel 3:310 BW moet een vordering tot schadevergoeding binnen vijf jaar na de datum waarop de  schade aan de benadeelde bekend is geworden, worden ingesteld (deze vordering werkt dan maximaal 20 jaar terug).

Tot nog toe nam de rechtspraak voor de aanvang van de vijfjaarstermijn subjectieve wetenschap bij de benadeelde aan: de aanvangsdatum is de datum waarop de betrokkene weet of zich realiseert dat hij schade heeft geleden. Het Hof legt een meer objectieve maatstaf aan: door de ruime publiciteit in 1994 van de arresten Vroege / Fisscher konden betrokkenen toen al weten dat zij schade hadden geleden. Zij hadden derhalve binnen vijf jaar vanaf dat moment hun vordering moeten instellen.

Bron: Hof Den Haag 17 maart 2009, LJN: BH9352, Pensioen Jurisprudentie mei 2009.