Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Vervallen eis 15/20 jaar premiebetaling KEW

2 januari 2013

De staatssecretaris van Financiën besluit dat de 15- en 20 jaar-eis  voor de kapitaalvrijstelling  eigen woning (KEW)  in specifieke situaties kan vervallen. Hetzelfde geldt voor een spaarrekening eigen woning (SEW) of een beleggingsrecht eigen woning (BEW). In het besluit is een bijzonder rol weggelegd voor de verzekeraar of bank.

Voorwaarden vrijstelling KEW

Als een uitkering uit een KEW, SEW of BEW (hierna: KEW) meer bedraagt dan de betaalde inleg is het voordeel belast. Dit geldt niet voor zover de hoge of lage vrijstelling van inkomstenbelasting (in 2013 € 157.000 resp. € 35.700) van toepassing is. Eén van de voorwaarden voor de lage vrijstelling is dat een belastingplichtige tenminste 15 jaar jaarlijks premie betaalt voor de verzekering of een bedrag inlegt voor de spaarrekening of het beleggingsrecht. Na 20 jaar premiebetaling of inleg geldt de hoge vrijstelling. 
Als een KEW tot uitkering komt voordat deze termijnen zijn verstreken, moet de belastingplichtige belasting betalen over het rentebestanddeel in de uitkering. Het rentebestanddeel bestaat uit de uitkering verminderd met de in totaal betaalde premies of inleg. Wanneer het bedrag van de betaalde premies of inleg hoger is dan de uitkering hoeft dus geen inkomstenbelasting te worden betaald en gebruikt de belastingplichtige geen vrijstelling. Een belastingplichtige die zijn eigen woning verkoopt en verhuist naar een huurwoning, kan onder bepaalde voorwaarden gebruikmaken van de vrijstellingen ook al voldoet hij niet aan de voorwaarde van 15 dan wel 20 jaar premiebetaling. 

Afkoop KEW

Afkoop van een KEW kan fiscale gevolgen hebben. Belastingplichtigen die in een moeilijke financiële situatie zitten, hebben echter vaak geen andere mogelijkheid dan afkoop. Dit kan in de volgende situaties spelen:

Echtscheiding of beëindiging van fiscaal partnerschap;
De verkoopprijs van de vorige woning is onvoldoende om de eigenwoningschuld volledig af te lossen; 
De belastingplichtige maakt gebruik van een vorm van schuldhulpverlening.
De minister voor Wonen en Rijksdienst zegde toe dat in een beleidsbesluit zal worden geregeld dat in deze specifieke gevallen de vrijval van KEW-kapitaal met toepassing van de vrijstelling mogelijk moet zijn.

Goedkeuring en voorwaarden

Als in de hierboven genoemde situaties de KEW vervroegd geheel of gedeeltelijk tot uitkering komt en niet tenminste 15 dan wel 20 jaar jaarlijks premies zijn voldaan of een bedrag is ingelegd, kan de hoge vrijstelling toch van toepassing zijn. De overige eisen die de Wet IB 2001 stelt aan de vrijstellingen blijven overigens wel van toepassing. Dat wil zeggen dat de belastingplichtige tot het tijdstip van gehele of gedeeltelijke uitkering jaarlijks binnen de vereiste bandbreedte van 1:10 premie of inleg heeft betaald. Daarnaast moet met de afkoopsom de eigenwoningschuld zoveel mogelijk worden afgelost.

Procedure
De belastingplichtige die met een beroep op het besluit zijn KEW tot uitkering wil laten komen, moet aan de verzekeraar of bank aannemelijk maken dat hij zich in een van de hierboven genoemde situaties bevindt. Dit heeft tot gevolg dat die bank of verzekeraar aan de Belastingdienst doorgeeft dat uitkering (mogelijk) een onbelaste uitkering van een KEW is. In andere dan de in het besluit genoemde situaties kan een belastingplichtige zich wenden tot de belastingdienst. De belastingdienst zal dan beoordelen of in die situaties ook de in dit besluit genoemde tegemoetkoming kan worden verleend.

Conclusie
Al bij de publicatie van het Belastingplan 2013 op Prinsjesdag kwam de mogelijke versoepeling van de eis van minimale premiebetaling voor een KEW aan de orde (zie onze Prinsjesdagspecial). Ook in de Tweede Kamer spraken de leden met de minister over deze mogelijkheid (zie ons artikel van 16 november 2012). Uit het besluit van eind vorig jaar blijken de voorwaarden waaronder onbelast kan worden uitgekeerd. 

Opvallend is de rol die de verzekeraar of bank in het besluit krijgt toebedeeld. Die moeten toetsen of aannemelijk is gemaakt of aan de voorwaarden uit het besluit is voldaan. Dat is naar onze mening onnodig. Het heeft geen toegevoegde waarde en zorgt voor een verhoging van de administratieve lasten. Wanneer een belastingplichtige besluit om een KEW af te kopen, informeert de uitvoerder hem over de mogelijke fiscale gevolgen. Wanneer hij, geïnformeerd over deze gevolgen, toch besluit om af te kopen, is dat zijn eigen verantwoordelijkheid. Of de afkoop onbelast is omdat deze onder de voorwaarden van het besluit valt, moet de belastingplichtige met de belastingdienst uitmaken. De uitvoerder is hierin geen partij. Als de uitvoerder werkelijk moet toetsen, betekent dat een aanpassing en verzwaring van de processen en moeten verklaringen van belastingplichtigen gecontroleerd worden. Met alle correspondentie en mogelijke discussies van dien. Waarbij wij ons afvragen of belastingplichtigen er wel zo happig op zijn om alle details van hun financiële problemen te delen met de uitvoerder van de KEW. De toetsing door de uitvoerder is overigens van beperkte waarde omdat de belastingdienst hierin toch het laatste woord heeft. Wij roepen de staatssecretaris op om dit onderdeel van het besluit te herzien.

Auteur: Erik Schouten, adviseur Aegon Adfis
Bron: Besluit Vervallen tijdklemmen in specifieke situaties, nr. BLKB2012/1977M, 20 december 2012, Staatscourant 2012 nr. 26844, 28 december 2012.