Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Verzuimde lijfrentepremieaftrek aannemelijk maken

12 november 2014

Als een belastingplichtige verzuimt zijn lijfrentepremies af te trekken kan daar tot op zekere hoogte rekening mee worden gehouden bij de belastingheffing over de lijfrente-uitkering. De belastingplichtige moet dan wel aantonen dat hij de premie niet heeft afgetrokken.

Verzoek om rekening te houden met verzuimde premieaftrek

Een man sloot op 1 november 1997 een lijfrenteverzekering. Op 25 november 2012 overleed hij. Zijn vrouw, die begunstigde was van de lijfrenteverzekering, besloot om de  lijfrenteverzekering af te kopen. Omdat volgens haar de lijfrentepremies niet waren afgetrokken vroeg zij de belastingdienst rekening te houden met de verzuimde premieaftrek. Over de periode 1999 tot en met 2011 kon zij de verzuimde premieaftrek  aannemelijk maken door het overleggen van de aangiftes en de daarbij behorende aanslagbiljetten. Maar voor de jaren 1997 en 1998 bezat zij kennelijk geen aangifte- en aanslagenbiljetten meer. Zij stelde dat gezien de verzuimde premieaftrek in de periode 1999 tot en met 2011, dit ook wel zou gelden voor de jaren 1997 en 1998.

Beperkte saldo-methode tot € 2.269,- per jaar

Volgens de Wet kan tot een bedrag van € 2.269,- per jaar rekening worden gehouden met verzuimde aftrek van lijfrentepremies. De belastingplichtige moet van jaar tot jaar aannemelijk maken dat hij de premie niet heeft afgetrokken. De Belastingdienst en daarna de staatssecretaris van Financiën stelden dat de vrouw niet aannemelijk heeft gemaakt dat in de jaren 1997 en 1998 er geen premieaftrek had plaatsgevonden. De vergelijking die de vrouw trok met de verzuimde aftrek in de periode 1999 tot en met 2011 is slechts een veronderstelling. Een dergelijke veronderstelling kwalificeert niet als het aannemelijk maken. Ook de Belastingdienst kon haar hiermee niet helpen omdat zij geen gegevens hierover bewaart van de jaren vóór 2001.

Een beroep van de vrouw op de zogenaamde  hardheidsclausule slaagde niet. Volgens de Staatssecretaris bevat de Wet in dit geval geen onbillijkheid van overwegende aard.

De Nationale Ombudsman

De vrouw legde de beslissing van de Staatssecretaris voor aan de Nationale Ombudsman. Volgens de Ombudsman heeft de Staatssecretaris in dit geval de belangen van de betrokkenen goed afgewogen, zijn besluit goed gemotiveerd en dit duidelijk aan de vrouw uitgelegd.

Commentaar

De Ombudsman beoordeelt klachten van burgers over onbehoorlijk optreden van de overheid. En daarvan was in deze situatie geen sprake. De belastingdienst handelde zoals de wet voorschreef: mevrouw stelde en moest dat aannemelijk maken. En dat kon zij niet. De Staatssecretaris stelde vast dat de wettelijke bepaling in deze situatie niet overwegend onbillijk uitwerkt.
En toch voelt dit niet goed. Het is toch heel aannemelijk wanneer je over een periode van 12 jaar kunt aantonen dat de premie niet is afgetrokken, dit ook over de twee jaar daarvoor niet heeft plaatsgevonden? Uit deze casus blijkt dat een veronderstelling niet voldoende is als je die veronderstelling niet kunt staven met feiten. Bijvoorbeeld aangifte- en aanslagbiljetten die ouder zijn dan de bewaarperiode die de wet voorschrijft. Die bewaarplicht omvat in beginsel een periode van zeven jaar. Maar soms is het handig om langer te bewaren. In deze casus zelfs de dubbele periode.

 

Auteur: Paul Lavrijssen
Bron: Ombudsman, 10 november 2014