Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Waarom procederen als de wet duidelijk is?

17 oktober 2013

Soms is het eenvoudig. Wanneer de wet duidelijk is, heeft het geen zin om een via de rechter je gelijk te halen. Zo ook in een procedure over aftrek van lijfrentepremies.

Waar gaat het over?

Een belastingplichtige stortte in december 2008 een bedrag van € 30.000 op een geblokkeerde spaarrekening onder vermelding van "banksparen 2008". In 2009 verdeelde hij dit bedrag over drie lijfrentedeposito's. Het bedrag van € 30.000 voerde hij in eerste instantie volledig op als aftrekbare lijfrentepremie in zijn aangifte inkomstenbelasting 2008. De inspecteur stond in de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2008 maar een aftrek toe van € 7.189. Vervolgens voerde de belastingplichtige in de aangifte inkomstenbelasting 2009 € 15.974 op als aftrekbare lijfrentepremie. Dit bedrag was een deel van de eerder ingelegde €30.000.
De inspecteur weigerde de aftrek in 2009 omdat de premie niet in 2009 maar in 2008 was betaald. De rechtbank volgende de inspecteur. Wij schreven hierover in ons bericht van 27 februari 2013. De belastingplichtige was niet overtuigd en ging hiertegen in beroep. Hij voerde daarbij aan dat de storting op de lijfrentespaarrekening pas in januari 2009 heeft plaatsgevonden.

Uitspraak Gerechtshof

De belastingplichtige probeert zijn gelijk te halen bij het Gerechtshof. Hij voert aan dat de storting op de lijfrentespaarrekening pas in januari 2009 heeft plaatsgevonden. Namelijk door overboeking van de drie bedragen van elk € 10.000 van de geblokkeerde spaarrekening naar de drie lijfrente depositorekeningen. En dat hij daarom in 2009 lijfrenteaftrek kan genieten. Het Hof is het hiermee niet eens.
Volgens het Hof is de geblokkeerde spaarrekening een lijfrentespaarrekening als bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting. Zij concludeert dit op basis van de productvoorwaarden van die geblokkeerde rekening. Dat de lijfrentedepositorekeningen ook lijfrentespaarrekeningen zijn, doen daaraan niets af. 

Het Hof stelt verder dat de Wet op de inkomstenbelasting (artikel 3.130) bepaalt dat de premies voor lijfrenten voor aftrek in aanmerking komen op het tijdstip waarop deze zijn betaald. En dat de wet niet voorziet in de mogelijkheid om premies in aftrek te brengen in een later jaar dan het jaar waarin betaald is. Het Hof stelt daarom de inspecteur in het gelijk.

Commentaar

In ons bericht van 27 februari 2013 gaven wij al aan dat wij de uitspraak van de rechtbank logisch vinden. Zo ook de uitspraak van Hof Den Bosch. Het Hof is van oordeel dat er geen redenen aanwezig zijn om de Staat te laten opdraaien voor het griffierecht of proceskosten. Naar onze mening terecht: het moment van aftrek voor lijfrentepremieaftrek is duidelijk vastgelegd in de wet. Ook voor situaties waarin het voor de belastingplichtige niet het gewenste resultaat oplevert. Dat degene die vraagt naar de bekende weg en daarmee de rechterlijke macht lastig valt, zelf de kosten moet dragen vinden wij niet meer dan logisch.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Gerechtshof 's Hertogenbosch, zaaknr. 12-00818