Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Wat regelt het sociaal akkoord over pensioen?

12 april 2013

Het zal u niet zijn ontgaan: op 11 april bereikten de sociale partners een akkoord. Maar wat is daarin afgesproken over pensioen in de tweede pijler en de AOW? En wijken die afspraken af van het regeerakkoord? In dit nieuwsbericht een overzicht van de afspraken.

Naar stabiliteit in het pensioenstelsel

Om tot grotere stabiliteit in het pensioenstelsel te komen, pleiten sociale partners voor de volgende maatregelen:

invoeren van een wettelijke verplichting tot invaren van bestaande pensioenrechten;
een mechanisme om de nieuwe discontovoet meer conjunctuurneutraal vast te stellen en toepasbaar te maken voor goede én slechte tijden;
een integraal Financieel toetsingskader (FTK) waarin de rigide scheiding tussen een nominaal en een reëel contract kan worden voorkomen;
een aanvullend pakket voor het jaar 2014 waarmee afstempelen in 2014 zoveel mogelijk wordt voorkomen en geen sprake is van premiestijging.

Witteveenkader

In het regeerakkoord worden de mogelijkheden voor pensioenopbouw in 2015 verminderd door verlaging van het maximaal toegestane opbouwpercentage naar 1,75% van het gemiddelde loon. Ook wordt de opbouw van pensioen beperkt tot een inkomen van maximaal 100.000 euro (zie ook ons bericht hierover van 29 oktober 2012).

Volgens de sociale partners ondermijnt het kabinet hiermee de opbouw van een adequaat pensioen en het vertrouwen in het pensioenstelsel. Daarom zoeken de sociale partners met het kabinet de komende maand naar een alternatief voor de voorgestelde aanpassing. Zij onderzoeken de volgende varianten, waarbij wordt uitgegaan van een maximaal te bereiken opbouwpercentage van 2%:

de mogelijkheid van een netto pensioenspaarfaciliteit met een vrijstelling voor vermogensrendementsheffing (box 3) voor werknemers met een inkomen hoger dan 100.000 euro;
de mogelijkheid om de belastingheffing op pensioenen gedeeltelijk te vervroegen van een heffing bij uitkering naar een heffing bij premie-inleg.
Uitgangspunt hierbij is het behouden van een fiscale behandeling die voor iedere inkomensniveau voorziet in een gelijkwaardige pensioenopbouw.

Overgangsregeling AOW

De sociale partners willen de overbruggingsregeling in verband met de verhoging van de AOW-leeftijd verruimen. Eerder schreven wij over de overbruggingsregeling in ons nieuwsbericht van 19 februari 2013. In plaats van een inkomensgrens van 150% van het wettelijk minimum loon (WML) stellen de sociale partners voor de grens voor samenwonenden te verhogen naar 300% en voor alleenstaanden naar 200% van het WML. Verder willen de sociale partners een natuurlijk einde van de regeling in plaats van dat de regeling eind 2018 stopt. Ook willen de sociale partners dat de voorschotregeling permanent wordt gemaakt en wordt hervormd in de richting van een flexibele AOW.

Commentaar

Het sociaal akkoord moet nog worden goedgekeurd door de achterbannen van de vakbonden en werkgevers. En het kabinet moet het parlement  nog om steun vragen voor de afspraken. Het kabinet heeft de Tweede Kamer op 11 april 2013 per brief meegedeeld dat:

  • het maximale opbouwpercentage voor nieuwe pensioenopbouw per 2015 verlaagt met 0,4%
  • dat vanaf 2015 vanaf een inkomensniveau van 100.000 euro niet langer fiscaal gefaciliteerd mag worden gespaard voor aanvullend pensioen
  • de sociale partners tot 1 juni 2013 de gelegenheid geeft een alternatief uit te werken met betrekking tot de bovenstaande twee punten;
  • de overbruggingsregeling AOW wordt verruimd naar deelnemers met een inkomen tot 200% WML voor alleenstaanden en 300% voor paren.

 

Wij concluderen daaruit dat het kabinet de overige punten uit het akkoord, zoals het invoeren van een wettelijke verplichting tot invaren van bestaande pensioenrechten en het aanvullende pakket ter voorkoming van afstempelen in 2014 niet direct ondersteunt.
Wij blijven de ontwikkelingen volgen en houden u op de hoogte.

 

Auteur: Vera Hek, adviseur AEGON Adfis
 

Bron: Stichting van de Arbeid, 11 april 2013
Bron: Brief van 11 april 2013 van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de voorzitter van de Tweede Kamer