Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Weduwe krijgt partnerpensioen ondanks afstandverklaring

14 februari 2013

Een werknemer heeft met een afstandsverklaring afstand gedaan van zijn pensioen. De partner van de werknemer had de afstandsverklaring niet getekend. Na overlijden van de werknemer moet de werkgever aan de weduwe en wezen toch partner- en wezenpensioen betalen.

 

Afstandsverklaring

De werkgever van X had de pensioenregeling verzekerd bij verzekeraar Y. Bij indiensttreding in 2011 heeft X een afstandsverklaring getekend. Op de afstandverklaring was namens de partner van werknemer een handtekening geplaatst. X overlijdt kort nadat hij bij de werkgever in dienst is getreden. Zijn weduwe ontkent dat zij haar handtekening onder de afstandsverklaring heeft geplaatst. Bij de Kantonrechter eist zij dat de werkgever het partnerpensioen en het wezenpensioen betaalt. Werkgever moet nabestaandenpensioen betalen De Kantonrechter in Apeldoorn stelt vast dat werkgever niet heeft gecontroleerd of de partner de afstandsverklaring heeft getekend. De werkgever heeft dat wel gedaan toen de X de afstandsverklaring tekende. Ook heeft de werkgever X niet voldoende geïnformeerd over de financiële gevolgen van het niet deelnemen aan de pensioenregeling. Daarom hebben de weduwe en de kinderen recht op nabestaandenpensioen. Omdat het pensioen niet is verzekerd moet de werkgever het partner- en wezenpensioen betalen.

 

Commentaar

Deze uitspraak geeft weer eens aan hoe belangrijk het is om zaken zorgvuldig te regelen. Allereerst is de term ‘afstandsverklaring’ niet geheel juist. Afstand kan je alleen doen van iets wat je hebt. En op basis van de Pensioenwet wordt iedere handeling waardoor pensioenaanspraken of pensioenrechten hun pensioenbestemming verliezen, beschouwd als afkoop. En afkoop is slechts mogelijk in de in de Pensioenwet genoemde gevallen. In alle ander gevallen is afkoop een nietige handeling. Met de introductie van de Pensioenwet is de terminologie “pensioenovereenkomst” geïntroduceerd. Daardoor is er, meer dan voorheen, sprake van een aanbod van de werkgever én een aanvaarding door de werknemer. De pensioenovereenkomst komt pas tot stand nadat de werknemer het aanbod van zijn werkgever aanvaardt. Doet hij dat niet, dan komt er geen pensioenovereenkomst tot stand en wordt de werknemer dus geen deelnemer in de pensioenregeling. Hij doet dan ook nergens afstand van. Het effect is hetzelfde, hij bouwt geen pensioenaanspraken op, maar juridisch is dit een groot verschil.

Ten tweede geeft deze uitspraak goed aan welke risico’s de werkgever loopt als hij een werknemer niet opneemt in zijn pensioenregeling. In beginsel bouwt iedere werknemer die aan de definitie van deelnemer voldoet pensioenaanspraken op. Als de werknemer deelnemer is in de pensioenregeling en de werkgever de daaruit voortvloeiende aanspraken niet verzekert, handelt hij niet alleen in strijd met de onderbrengingsplicht van de Pensioenwet, maar kan hij ook worden geconfronteerd met claims als de onderhavige. Mede daarom is het vast beleid bij AEGON dat een werkgever verplicht is alle werknemers aan te melden als deelnemer in de pensioenregeling. De enige uitzondering daarop betreft mensen die gewetens- of gemoedsbezwaren hebben. AEGON heeft daarom in de uitvoeringsovereenkomst een bepaling opgenomen op grond waarvan de werkgever verplicht is de pensioenovereenkomst aan te beiden als een integraal en onlosmakelijk geheel van c.q. met de overige onderdelen van de arbeidsvoorwaarden. De werknemer kan zijn totale arbeidsvoorwaardenpakket, inclusief de pensioenovereenkomst, dus in zijn geheel aanvaarden of in zijn geheel afwijzen.

 

Auteur: Vera Hek, adviseur AEGON Adfis

 

Bron: Arbeidsrecht Actueel, Kantoor mr. Van Zijl; Kantonrechter Apeldoorn, 9 januari 2013, AR 2013-0028