Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Wordt pensioen in eigen beheer afgeschaft?

9 december 2013

Door waarderingsverschillen tussen de fiscale waarde en de commerciële waarde van pensioenverplichtingen in eigen beheer bestaan er verschillende knelpunten. Staatssecretaris Weekers stelt voor om deze knelpunten op te lossen door pensioen in eigen beheer in te wisselen voor een winstafhankelijk reserve in de BV.

Knelpunten eigen beheer

Als een BV een pensioentoezegging doet aan de  DGA hebben partijen de keuze om deze aanspraken te verzekeren bij een professionele verzekeraar of in eigen beheer te houden. Als de BV de verplichting in eigen beheer houdt, kan ze hiervoor een voorziening op haar fiscale balans opnemen. Maar op grond van de fiscale waarderingsregels is de fiscale waarde van de pensioenverplichting veel lager dan de commerciële waarde hiervan.  Dit verschil in waardering leidt in de praktijk tot een aantal knelpunten.

Voorbeelden hiervan zijn:

  • de BV is belemmerd bij de uitkering van dividend, zie ons bericht van 25 september 2012;
  • bij echtscheiding moet worden uitgegaan van de (hogere) commerciële waarde waardoor de pensioenreserve niet toereikend is;
  • overdracht door de BV van de verplichting aan een holding- of pensioen BV (extern eigen beheer).

 

Daarnaast is (vooral door gewijzigde regelgeving) de waardering van de verplichting in eigen beheer ingewikkeld en complex geworden. Dit vergt veel van zowel adviseurs als van de belastingdienst. Tijdens de behandeling van het Belastingplan 2013 heeft  Staatssecretaris Weekers toegezegd om te kijken naar mogelijkheden voor oplossing van deze knelpunten. Op 6 december 2013 stuurde  Weekers aan de Tweede Kamer hierover een brief.

Oplossingen

In de brief beschrijft Weekers drie mogelijke oplossingsvarianten:

  1. De fiscale pensioenverplichting op commerciële basis berekenen;
  2. De fiscale waarde vormt het uitgangspunt voor herrekening van de pensioenaanspraken; 
  3. Invoeren van een winstafhankelijk reserve in de BV.

 

Ad 1. Fiscale pensioenverplichting op commerciële basis berekenen

In deze variant worden de pensioenverplichtingen in BV's commercieel gewaardeerd. Dit leidt tot een forse verhoging van de pensioenverplichting op de fiscale balans en dus afname van de fiscale winst. Het budgettaire beslag dat hiermee gemoeid is, is onaanvaardbaar voor de Staatssecretaris. Daarbij blijven de berekeningen ingewikkeld en worden ook niet alle knelpunten weggenomen.

Ad 2. Fiscale waarde vormt uitgangspunt voor herrekening van de pensioenaanspraken 

Bij deze oplossing worden de pensioenaanspraken herrekend aan de hand van de fiscale waarde van de pensioenvoorziening. Omdat de herrekening gebeurt op basis van commerciële grondslagen worden de pensioenaanspraken (eenmalig) fors verlaagd. De verlaging leidt niet tot heffing van loonbelasting. De BV wordt voor een deel van haar pensioenverplichting bevrijd. Dat kan later wel leiden tot hogere vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting. Deze omzetting biedt slechts een tijdelijk oplossing omdat in de volgende jaren weer verschillen kunnen ontstaan tussen de commerciële en fiscale waarde. Daarnaast moeten de DGA en zijn partner instemmen met de eenmalige verlaging.

De Staatssecretaris bespreekt ook de mogelijkheid om deze variant te combineren met een omzetting naar een beschikbare premieregeling. Bij de omzetting is het pensioenkapitaal waarop  de DGA recht heeft, gelijk aan de fiscale waardering van de pensioenverplichting. Deze variant leidt volgens de staatssecretaris ook tot waarderingsproblemen. Zowel voor de jaarlijkse  bepaling van de fiscale waarde van de pensioenverplichting (= pensioenkapitaal) als bij de omzetting van het pensioenkapitaal in een pensioenuitkering. 

Ad 3. Invoeren van een winstafhankelijk reserve in de BV

Bij deze variant kan een pensioentoezegging aan een  DGA alleen nog worden verzekerd bij een professionele verzekeraar. De mogelijkheid van "verzekering" van de pensioenaanspraken bij een  onafhankelijke pensioenstichting raadt de Staatssecretaris af.

Als er geen pensioenrechten worden opgebouwd (verzekerd), kan de BV - elk jaar opnieuw - besluiten om een fiscale reserve te vormen voor de oude dag van de DGA. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:

  • de BV drijft een materiële onderneming;
  • de jaarlijkse dotatie is afhankelijk van de fiscale winst;
  • er zijn geen inhaaldotaties mogelijk;
  • de reserve wordt niet opgerent;
  • de BV moet de reserve aanwenden voor een lijfrente ten behoeve van de DGA
  • als de BV de reserve niet aanwendt voor een lijfrente,  valt de reserve in de fiscale winst van de BV en is revisierente verschuldigd.

 

De reserve voor de oudedag lijkt veel op de oudedagsreserve voor de IB-ondernemer. Er worden geen pensioenrechten opgebouwd in deze oudededagsreserve. 

Volgens de Staatssecretaris worden met deze variant de knelpunten bij dividend, echtscheiding en extern eigen beheer weggenomen. Daarbij is het stelsel eenvoudig en makkelijk controleerbaar.

Commentaar

De Staatssecretaris geeft kennelijk de voorkeur aan het stelsel waarbij de BV en DGA de keuze hebben om door middel van een fiscale reserve te reserveren voor de oude dag (variant 3). Uit het oogpunt van eenvoud kunnen we deze keuze onderschrijven. Maar in dat geval moet nog wel een oplossing worden geboden voor een soepele overgang van de huidige situatie naar de nieuwe situatie. Deze oplossing geeft de Staatssecretaris nog niet. Maar wij kunnen ons voorstellen dat deze in de lijn ligt met de oplossing die besproken is onder variant 2. 

Variant 3 is wel ingrijpend ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden van de DGA. Er is in dat geval immers geen sprake meer van een arbeidsrechtelijke pensioenaanspraak van de DGA. 

Het alternatief van variant 2 gaat niet zo ver. Bij die variant hebben we te maken met dezelfde overgangsproblematiek als bij variant 3, maar blijft sprake van een arbeidsrechtelijke pensioenaanspraak. Naar onze mening is de uitvoering van een beschikbare premie niet veel ingewikkelder dan een fiscale reserve. Als bij de  beschikbare premieregeling het rendement wordt afgeleid van een objectieve variabele maatstaf komt de pensioenverplichting  overeen met de aanspraak die de DGA heeft. Ofwel de verplichting komt overeen met de aanspraak op pensioenkapitaal van de DGA. De vrijval op de pensioendatum kan net als bij variant 2 worden voorkomen door de rechten op de pensioendatum te verzekeren.

 

Auteur: Paul Lavrijssen, Adviseur

Bron: Brief van Staatssecretaris Weekers aan de Tweede Kamer, d.d. 06-12-2013; DB/2013/576