Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Zelfs 20 jaar na echtscheiding geen verjaring verdeling pensioenrechten

4 april 2013

Denk je van je ex af te zijn, komt ze twee decennia na de scheiding nog een stukje van je pensioen afsnoepen. Ook als de scheiding heeft plaats gevonden toen het arrest Boon/Van Loon van toepassing was. Dit laat deze uitspraak maar weer zien.

De casus

M en V zijn in 1965 in gemeenschap van goederen getrouwd. Het huwelijk tussen M en V wordt ontbonden in 1991. De huwelijksgoederengemeenschap is daarna verdeeld. Als M in 2008 pensioneert vordert V de verdeling van het opgebouwde ouderdoms- en nabestaandenpensioen. Volgens V is het Boon/Van Loon arrest van toepassing. M is van mening dat alles al is verdeeld. En bovendien verjaarde de vordering van V na 20 jaar (op 8 januari 2010), aldus M. V stelde zich op het standpunt dat er sprake is van een verdelingsvordering. Die verjaart volgens haar niet. M en V komen er samen niet uit en stappen naar de rechtbank.

Rechtbank

De rechtbank is het met V eens. Volgens de rechtbank geldt verjaring niet voor een vordering tot verdeling van een gemeenschapsgoed.
De rechtbank stelde vast dat het huwelijk is ontbonden na het Boon/Van Loon arrest en voor de invoering van de Wet verevening pensioenrechten na scheiding (WVPS) op 1 mei 1995. Daarom is het Boon/Van Loon arrest van toepassing op de verdeling van het pensioen. Volgens dit arrest vallen de pensioenrechten die zijn opgebouwd voor en tijdens het huwelijk in de huwelijksgoederengemeenschap.
De rechtbank oordeelde verder dat nergens uit blijkt dat de pensioenrechten in de verdeling van de gemeenschap zijn betrokken of uitdrukkelijk mondeling of schriftelijk zijn verdeeld. Daarom merkt de rechtbank de pensioenrechten aan als 'overgeslagen goed'. Dit betekent dat een nadere verdeling van de pensioenrechten kan worden gevorderd. M wordt daarom in het ongelijk gesteld. M gaat in beroep.

Hof Den Bosch

Het hof stelt vast dat V vroeg om de verdeling van de pensioenrechten, een gemeenschapsgoed dat nog niet is verdeeld. Omdat daarover nog niet is beslist is er sprake van een 'overgeslagen goed'. En voor een vordering van verdeling van een 'overgeslagen goed' geldt geen verjaring. Ook het hof Den Bosch stelt M daarom in het ongelijk. 

Commentaar

De WVPS schept veel duidelijkheid voor de ex-partners en hun recht op een deel van het ouderdomspensioen. Bij een niet-standaardverevening worden de afspraken opgenomen in de huwelijks- of partnerschapsvoorwaarden of in het (echt)scheidingsconvenant. Wanneer er niets wordt afgesproken, geldt volgens de WVPS een 50-50 verdeling. Over de verdeling kan later dus geen discussie ontstaan.
De WVPS kent een termijn van twee jaar na de scheiding. Deze termijn geldt alleen voor de vraag van wie de vereveningsgerechtigde het verevende deel van de uitkering kan claimen. Als de claim tot verevening binnen twee jaar na scheiding wordt ingediend, dan moet de pensioenuitvoerder aan beide ex-en het deel van het pensioen uitkeren waarop zij recht hebben. Wordt de claim later ingediend, dan heeft de vereveningsgerechtigde vanaf de pensioendatum ook recht op zijn deel van de pensioenuitkering. Maar dan moet vereveningsplichtige dat deel van het pensioen uitbetalen aan zijn ex. En net als in deze casus, kan tussen de scheiding en pensioendatum een lange periode zitten. Reden te meer om je (ook) in dergelijke situaties goed te laten adviseren!
 
Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Hof Den Bosch, 22 maart 2013, nr. HD200.109.948