Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Actualisering Verzamelbesluit lijfrente Besluit

Actualisering Verzamelbesluit lijfrente Besluit

11 juni 2019

Op 16 mei 2019 besloot de Staatssecretaris van Financiën het Verzamelbesluit van 13 juni 2012 over lijfrenten en periodieke uitkeringen te actualiseren. Het besluit is aangepast aan gewijzigde wetgeving en nieuwe/gewijzigde standpunten. Wij gaan kort in op enkele aanpassingen.

Nagekomen bedragen

Een nagekomen bedrag, restuitkering of schadevergoedingen bij een lijfrente wordt belast als reguliere termijn van de lijfrente als het bedrag niet hoger is dan € 1.000. In het vorige besluit was dit nog een bedrag van ten hoogste € 500. Bij de uitkering van een dergelijk bedrag is de lijfrentegerechtigde dus geen revisierente verschuldigd.

Geruisloos terugstorten van te veel betaalde premie of te hoge inleg

Belastingplichtigen die in een jaar meer premie betalen of inleggen dan hun jaar- en reserveringsruimte kunnen dit meerdere onder voorwaarden geruisloos laten terugstorten. De lijfrente wordt dan in zoverre niet geacht te zijn afgekocht of gedeblokkeerd. Onder een ‘te veel betaalde premie of te hoge inleg’ wordt verstaan het deel van het betaalde bedrag dat hoger is dan de jaarruimte en/of reserveringsruimte in het betreffende jaar. Als de inspecteur een verklaring afgeeft, dan kan de financiële instelling het te veel betaalde bedrag zonder fiscale gevolgen terugstorten naar de belastingplichtige.

De verklaring van de inspecteur geldt onder de volgende voorwaarden:

  • de belastingplichtige moet alle aftrekmogelijkheden benutten;
  • de belastingplichtige neemt het terug te storten bedrag alsnog op in de rendementsgrondslag van box 3 van de relevante jaren;
  • de betaling is gedaan in het kalenderjaar van het verzoek of in de vijf daaraan voorafgaande jaren.

De financiële instelling moet de terugbetaling renseigneren.

Lijfrente of arbeidsongeschiktheidsverzekering in het jaar van immigratie

Een immigrant die in het eerste jaar van binnenlandse belastingplicht een lijfrente sluit of voortzet mag voor de berekening van zijn premiegrondslag voor de lijfrentepremieaftrek uitgaan van zijn dienovereenkomstige buitenlandse inkomensbestanddelen van het voorafgaande kalenderjaar. Wanneer de inspecteur daarom vraagt, moet de immigrant de inspecteur de relevante gegevens aanleveren voor de vaststelling van dat buitenlandse inkomen.

Pre Brede Herwaarderingslijfrente; heffing na een overschrijding wettelijke termijn

Volgens het overgangsrecht van Pre Brede Herwaarderingslijfrente is artikel 3.133 Wet IB2001 ook van toepassing op deze lijfrenteverzekeringen.

Dit houdt onder meer in dat bij overschrijding van de wettelijke termijn waarbinnen een lijfrente moet zijn aangekocht, de waarde van de lijfrenteverzekering belast wordt. Maar als later toch een lijfrente wordt aangekocht is op deze lijfrente de oude wetgeving van toepassing, hetgeen inhoudt dat de periodieke uitkeringen alsnog worden belast.

De staatsecretaris keurt goed dat in deze situatie het bedrag waarover al belasting is geheven door het overschrijden van de wettelijke termijn als premie wordt aangemerkt voor de toepassing van de saldomethode. Hiermee wordt in deze situatie dubbele belastingheffing voorkomen. 

Afkoop lijfrente of periodieke uitkeringen vóór 2016

Vanaf 2016 geldt de minimumwaarderingsregeling niet meer bij afkoop van een lijfrente. (Volgens de minimumwaarderingsregeling werd tenminste de som van de betaalde lijfrentepremies belast.) Met het afschaffen van de minimumwaarderingsregel bij afkoop is tegemoet gekomen aan situaties waarin de toepassing daarvan tot niet-gewenste gevolgen voor belastingplichtigen leidde. Omdat die ongewenste gevolgen zich ook voordeden bij afkoopsituaties vóór 1 januari 2016 keurt de staatssecretaris goed dat de minimumwaarderingsregel evenmin van toepassing is als de afkoop van de lijfrente of andere aanspraak op periodieke uitkeringen plaatsvond vóór 1 januari 2016.

Wanneer de definitieve aanslag over het jaar waarin de afkoop heeft plaatsgevonden onherroepelijk vaststaat kan de belastingplichtige een verzoek om ambtshalve vermindering vragen op basis van dit besluit. Daarvoor geldt dat er minder dan vijf jaren zijn verlopen na het einde van het kalenderjaar waarop de belastingaanslag betrekking heeft.

Onttrekken premie voor periodieke uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid

Bij lijfrenteverzekeringen kan een recht op periodieke uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid (a.o.v.) zijn meeverzekerd. Het komt voor dat de premies voor de a.o.v. worden onttrokken aan het lijfrentekapitaal. Deze onttrekking leidt tot een belaste afkoop van de lijfrente.

Omdat de beclaimde lijfrente wordt omgezet in een beclaimde a.o.v. keurt de staatsecretaris goed dat dit geruisloos gebeurt. Deze goedkeuring is van toepassing mits de verzekeraar de onttrokken premie a.o.v. niet als aftrekbare premie rensigneert. De periodieke uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid zijn belast.

Verrekening van pensioenrechten in de vorm van een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht

Bij scheiding kan een belastingplichtige een lijfrentepremie storten voor zijn (gewezen) echtgenoot die gerechtigd is tot de verrekening van pensioenrechten bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed. De premie voor deze lijfrente behoort onder voorwaarden tot de uitgaven voor een onderhoudsverplichting die fiscaal aftrekbaar zijn als een persoonsgebonden aftrek. Eén van de voorwaarden voor deze fiscale faciliteit is dat de belastingplichtige de lijfrentepremie aan een verzekeringsmaatschappij betaalt.

Vooruitlopend op de wetswijziging keurt de staatssecretaris in dit besluit al goed dat een dergelijke voorziening ook mogelijk is in de vorm van een lijfrenterekening of een lijfrentebeleggingsrecht bij een bank. Ook dan is de koopsom aftrekbaar als een persoonsgebonden aftrek. De (gewezen) echtgenoot (vereveningsgerechtigde) is dan de (rekening)houder van de lijfrenterekening of van het lijfrentebeleggingsrecht en ook belastingplichtig voor deze lijfrente.

Commentaar

In dit verzamelbesluit lijfrente geeft de staatssecretaris aan op welke wijze hij fiscale wetgeving omtrent lijfrente interpreteert. Ook keurt hij goed om in bepaalde situaties af te wijken van de wetgeving, wanneer de wetgeving tot niet beoogde gevolgen leidt. Voor de advies- en verzekeringspraktijk is dit besluit prima werkbaar. Vragen over fiscale aspecten van lijfrente kunt u vaak terugvinden in dit besluit.

Overigens is het mogelijk dat financiële instellingen een beleid handteren dat afwijkt van de fiscale standpunten. Zo bieden de meeste instellingen geen stijgende - of geknipte lijfrente aan. Verzekeringsmaatschappijen zullen in het algemeen niet meewerken aan het geruisloze terugstorten van te veel betaalde premie. Dat geldt meestal ook als bij een bank een bellegingslijfrente is aangekocht. 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Inkomstenbelasting. Lijfrenten en rechten op periodieke uitkeringen, Besluit van 16 mei 2019, nr. 2019-115021

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 11 juni 2019.