Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Evaluatie Wet verbeterde premieregeling

Evaluatie Wet verbeterde premieregeling

27 november 2019

Op 1 september 2016 trad de Wet verbeterde premieregeling in werking. Volgens de wet moet het kabinet drie jaar na inwerkingtreding van de wet de Kamer informeren over de doeltreffendheid en de effecten van de wet in de praktijk. Dit deed minister Koolmees onlangs. Hij gaf daarbij meteen zijn reactie op een aantal verbeterpunten.

Doel Wet verbeterde premieregeling (Wvp)

Het doel van de Wvp is het creëren van de mogelijkheid om pensioenkapitaal uit een premie- of kapitaalregeling in de uitkeringsfase (deels) risicodragend door te beleggen. Hierdoor is de deelnemer minder afhankelijk van de rentestand op één hard conversiemoment (de pensioendatum). Doorbeleggen heeft immers een mitigerende werking op de nadelen van één conversiemoment, omdat de deelnemer niet meer volledig afhankelijk is van de rentestand op de pensioendatum.

Onderzoeksvragen evaluatie

De Wvp bevat een evaluatiebepaling waarin staat dat het kabinet drie jaar na de inwerkingtreding de wet moet evalueren. Om de onafhankelijkheid van de evaluatie te waarborgen koos minister Koolmees ervoor de evaluatie van de Wvp extern te beleggen. Om die reden voerde SEO de evaluatie uit.

SEO onderzocht de volgende vragen:

  • Voorziet de Wvp in een behoefte;
  • Zijn de producten voldoende begrijpelijk voor deelnemers; en
  • Hoe werkt de standaardoptie vaste pensioenuitkeringen?

 

In de evaluatie wordt de nadruk gelegd op het wettelijk kader en het aanbod en gebruik van de variabele uitkering in de praktijk.

Voorziet de Wvp in een behoefte?

Uit het onderzoek bleek dat alle stakeholders (experts, adviseurs, uitvoerders, sociale partners en toezichthouders), positief zijn over het doel van de Wvp en de mogelijkheid voor deelnemers om te kiezen voor een variabele uitkering. Zeker in deze tijd van lage rentestand komt de variabele pensioenuitkering vaak hoger uit dan de vaste uitkering, mits goed geborgd wordt dat deelnemers de juiste keuze maken. Daarnaast is het aantal deelnemers in premieregelingen ten opzichte van de uitkeringsregelingen de afgelopen jaren gestegen naar 20 procent, dat komt neer op 1,4 miljoen deelnemers in 2017. Hieronder vallen ook de netto pensioenregelingen en de excedentregelingen. In 2018 waren er tien uitvoerders, onder wie zes pensioenfondsen, die de variabele regeling als product aanbieden.

Overigens kiest 95% van de deelnemers voor een vaste uitkering. Volgens de stakeholders omdat er gekozen wordt voor zekerheid en doordat de regelingen pas twee jaar bestaan. Degenen die wel kozen voor variabel zijn over het algemeen tevreden met de keuze volgens de aanbieders, maar ook hier geldt dat er nog maar weinig tijd is verstreken na de conversiedatum en dat er daarom geen goede conclusie uit te trekken valt.

Zijn de producten voldoende begrijpelijk voor de deelnemers?

Voor deze vraag is de groep stakeholders uitgebreid met deelnemers. Er is gevraagd hoe de Wvp verbeterd kan worden.

Verbetering vergelijkbaarheid

Er blijkt een grote diversiteit aan en complexiteit van producten. Zo hebben verschillende beleggingsmixen van verschillende uitvoerders dezelfde naam. “Een ‘neutrale’ life-cycle bij uitvoerder A kan veel risicovoller zijn dan de ‘neutrale’ lifecycle van uitvoerder B.” Dit is verwarrend voor deelnemers, omdat een gelijke benaming een gelijk risico impliceert.

Door de complexiteit van pensioenproducten is het voor deelnemers lastig verschillende producten te vergelijken. Volgens de AFM is een mogelijk gevolg hiervan dat deelnemers hun keuze vooral baseren op de hoogte van de eerste uitkering, terwijl meer factoren van belang zijn om een
passende keuze te maken. Om die reden vragen stakeholders meer standaardisatie en vooral meer kaderstelling ten aanzien van het maximaal aantal toegestane risico’s van het product.

Koolmees vindt het ook belangrijk dat deelnemers producten kiezen die bij hen passen, er voldoende variatie in producten mogelijk blijft en dat de informatievoorziening wordt verbeterd.

Verbetering informatie

Een betere informatievoorziening helpt deelnemers bij het maken van hun keuze. Veel belanghebbenden zien een belangrijke rol weggelegd voor keuzebegeleiding en advisering.

Uitvoerders willen dit graag bereiken via zelfregulering en denken met werkgevers aan het maken van afspraken over advisering rond pensioenen en financiële planning in het arbeidsvoorwaardenoverleg. Toezichthouders willen een stap verder gaan en bepleiten (wettelijke) waarborgen ten aanzien van keuzebegeleiding. Koolmees onderschrijft de mening van de toezichthouders voor meer begeleiding als vaste en variabele uitkering gecombineerd wordt. Hij beziet of hiervoor wettelijke aanpassingen nodig zijn.

Koolmees wil op dit moment de sector de ruimte bieden om te zorgen voor meer eenduidigheid, vergelijkbaarheid en het terugdringen van complexiteit om ook de keuzebegeleiding op het definitieve keuzemoment te verbeteren. Hij verwijst hierbij naar een eerder onderzoek van de AFM naar de Wvp. Hieruit bleek dat de keuzebegeleiding bij uitvoerders moet worden verbeterd, dat de totstandkoming van producten beter moet, en dat er risico is op ongewilde schommelingen in variabele pensioenuitkeringen.

Inmiddels bedacht de sector een aantal verbeteringen:

  • Het verbeteren van de bestaande schommelingenmeter op het standaardmodel door uitbreiding van het beleggingsrisico met andere relevante risico’s
  • Het eenduidig gebruik van termen bij de verschillende aanbieders, zoals naamgeving risicoprofielen
  • Aanbieden van een impacttabel, waarin verschillende elementen van producten worden opgesomd, zoals wel of niet meeverzekeren van langlevenrisico, vaste daling of stijging, enzovoort

 

Deze mogelijke verbeteringen worden op dit moment getest via klantenpanels. Als de verbeteringen onvoldoende blijken dan zal Koolmees aanvullende maatregelen voorstellen.

Hoe werkt de standaardoptie vaste uitkeringen?

Uitgangspunt van de Wvp is dat deelnemers zelf een keuze maken tussen een vaste en een variabele uitkering zodat die keuze het beste aansluit bij hun eigen situatie en wensen. In werkelijkheid maken veel deelnemers nog geen (bewuste) keuze tussen vast en variabel. Daarom komen zij in de standaardoptie terecht, meestal de vaste uitkering. Uit het onderzoek blijkt dat deze keuze voor een deel van de deelnemers een vaste uitkering eigenlijk minder goed bij de persoonlijke situatie past dan een variabele uitkering. Koolmees vindt dit geen reden om af te wijken van de gekozen default. Volgens Koolmees zijn deelnemers die gebruik maken van de variabele uitkering bereid meer risico te lopen om zodoende kans op een hogere uitkering te maken. Zij kunnen daartoe welbewust kiezen. Deelnemers die geen bewuste keuze maken, worden met deze standaardoptie beschermd tegen fluctuaties van de nominale uitkering in de uitkeringsfase.

Keuzemoment na pensionering

Deelnemers kunnen op twee momenten kiezen tussen een variabele en een vaste uitkering: geruime tijd voor pensionering en op moment van pensionering. Na ingang pensioen is er geen mogelijkheid om de keuze voor vast of variabel te herzien.

Verzekeraars geven aan dat een keuzemogelijkheid tijdens de pensioenfase om te veranderen van variabel naar vast ingebouwd zou kunnen worden. Dit zou ervoor kunnen zorgen dat deelnemers makkelijker kiezen voor een variabele uitkering, omdat zij later hun keuze nog kunnen herstellen.

Koolmees vindt dat dit de complexiteit voor de deelnemer verder verhoogd en dat deelnemers hier het risico lopen dat zij alsnog kiezen voor een vaste pensioenuitkering wanneer ze in de eerste paar jaar van hun pensioen geconfronteerd worden met beleggingstegenvallers. Dat kan leiden tot het overstappen op een zeer ongunstig van een variabele naar een vaste uitkering, op basis van resultaten uit het verleden in plaats van op basis van hun persoonlijke situatie.

Overige verbeteringen

Op dit moment zijn er alleen voorgeschreven rekenregels voor het omzetten van kapitaal in variabele uitkering, maar niet in een vaste uitkering. Het ontbreken van rekenregels kan nadelig zijn voor de andere deelnemers als een te laag tarief gehanteerd wordt. Koolmees geeft aan dat hij dit vraagstuk wil meenemen bij de uitwerking van het pensioenakkoord bij het daarin voorgestelde pensioencontract met voorwaardelijke aanspraken.

Er bestaan ook oude (‘legacy’) premieregelingen met rendementsgarantie. Deze garanties voldoen vaak niet aan het life-cycle principe uit de Wvp. Aanpassing van deze oude premieregelingen met rendementsgarantie aan de Wvp kan positieve, maar ook negatieve gevolgen hebben voor deelnemers en uitvoerders. Koolmees wil samen met DNB en uitvoerders bekijken op welke manier met deze oude premieregelingen kan worden omgegaan, waarbij het belang van de deelnemer centraal staat.

Commentaar

Koolmees vindt dat de Wvp een belangrijke verbetering heeft gebracht ten opzichte van het oude wettelijke kader voor premieregelingen. Wel zijn er verbeteringen mogelijk. De minister zal de komende maanden samen met uitvoerders en toezichthouders verschillende verbeteringen voorbereiden. Daarnaast zal er een vervolgonderzoek op deze evaluatie komen zodra de resultaten van deze verbeteringen inzichtelijk worden.

Het is niet opmerkelijk dat uit het onderzoek naar voren komt dat de huidige producten complex en onvergelijkbaar zijn. Ook de conclusie dat informatievoorziening veel beter moet is niet verwonderlijk. Veel adviseurs worstelen hier nu al een aantal jaar mee. De voorgestelde verbeteringen lijken daar een oplossing voor te kunnen bieden. Wat wel opmerkelijk is, is dat er niets wordt vermeld over een betere begeleiding bij een keuze voor vaste uitkeringen of variabele uitkeringen.

Auteur: Joanna Hildering, adviseur Aegon Adfis

Bron: evaluatie-wet-verbeterde-premieregeling, 11 november 2019

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 26 november 2019