Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Koolmees wil geen tijd verliezen en komt met tienpuntenplan voor nieuw pensioenstelsel

5 februari 2019

Minister Koolmees presenteerde in een brief aan de Tweede Kamer van 1 februari de stappen die het kabinet zal zetten om te komen tot vernieuwing van het stelsel van aanvullende pensioenen. Hij geeft aan geen tijd meer te willen verliezen en formuleert daarbij een tiental actiepunten.

Ook zonder akkoord met sociale partners

Koolmees geeft in de brief aan dat hij veel liever had gezien dat hij de vervolgstappen kon zetten op basis van een akkoord met sociale partners, mede op basis van een advies van de SER. Maar nu dat akkoord er vooralsnog niet is, wil hij ervoor zorgen dat het proces van vernieuwing van het pensioenstelsel doorgaat. De noodzaak daarvan blijft volgens de minister immers onverminderd groot. Volgens hem illustreren de teleurgestelde reacties op het vastlopen van het overleg met sociale partners in onder meer de Tweede Kamer dat verandering nodig is. Met de status quo lijken in ieder geval maar weinigen gelukkig te zijn, aldus de minister. In zijn brief geeft Koolmees eerst een terugblik op de gesprekken die hebben plaatsgevonden tussen het kabinet en sociale partners in SER-verband. Daarna zet hij uiteen welke stappen het kabinet de komende tijd wil zetten.

Tienpuntenplan

Het kabinet gaat de komende maanden aan de slag met een aantal stappen richting een robuuster en persoonlijker pensioenstelsel. Koolmees grijpt terug op het Regeerakkoord waarin is afgesproken dat bij de vernieuwing van het pensioenstelsel de sterke elementen overeind blijven; de (hoge mate van) verplichte pensioenopbouw, collectieve uitvoering, collectieve risicodeling, fiscale ondersteuning en voldoende ruimte voor nabestaanden en arbeidsongeschiktheidspensioen. Ook heeft het kabinet bij de hervorming expliciet aandacht voor transparantie en beheersing en waar mogelijk de verlaging van de uitvoeringskosten. Concreet noemt Koolmees de volgende punten:

  1. Uitwerking wetgeving voor de afschaffing van de doorsneepremie.
  2. Wet verbeterde premieregeling toegankelijker en aantrekkelijker maken.
  3. Meer maatwerk in het beleggingsbeleid.
  4. Faciliteren omzetting bestaande aanspraken naar een pensioencontract met persoonlijke pensioenvermogens.
  5. Opname bedrag in eens mogelijk maken.
  6. Communiceren over persoonlijke pensioenvermogens.
  7. Verbreden reikwijdte van het pensioenstelsel.
  8. Verbetering voor nabestaanden.
  9. Onderzoek naar de koppeling tussen levensverwachting en pensioenleeftijd.
  10. Benoeming leden Commissie Parameters.

 

De minister geeft aan het einde van zijn brief aan dat om een goed pensioenstelsel te behouden het noodzakelijk is dat het stelsel meebeweegt met ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in de samenleving. Om geen tijd te verliezen gaat het kabinet aan de slag met bovenstaande acties om noodzakelijke aanpassingen aan het pensioenstelsel te bewerkstelligen. Het kabinet zoekt hierbij nadrukkelijk het gesprek met de sociale partners, pensioenuitvoerders, toezichthouders, de wetenschap en jongeren- en ouderenorganisaties. Hij heeft er vertrouwen in dat er met de geschetste koers uiteindelijk breed gedragen aanpassingen van het pensioenstelsel zullen komen.

Commentaar

Koolmees zoekt nadrukkelijk de dialoog met sociale partners, maar blijft – zoals blijkt uit zijn brief - niet op zijn handen zitten. En dat is een goede zaak. Na tien jaar discussie moeten er langzamerhand concrete resultaten komen. Het Regeerakkoord biedt daarvoor een goede basis. Het Regeerakkoord gaat in onderdeel 2.2 uit van een pensioenregeling op basis van een leeftijdsonafhankelijke premie waarbij de deelnemer een opbouw krijgt die past bij de ingelegde premie. Zoals wij al eerder in onze Blauwdruk voor een nieuwe pensioenstelsel aangaven, zijn er binnen een dergelijke premieregeling voldoende keuzemogelijkheden voor zowel werkgevers als werknemers om te komen tot een moderne en toekomstbestendige pensioenregeling.

De beschikbare premie in de vorm van een voor iedere deelnemer vast percentage van de pensioengrondslag kan namelijk worden gebruikt voor een regeling;

  • waarin de premie direct wordt omgezet in een aanspraak op een levenslange periodieke uitkering die ingaat op de pensioeningangsdatum (de vaste-premie-uitkeringsovereenkomst);
  • waarin de premie wordt gebruikt om een in euro’s gegarandeerd kapitaal op te bouwen, dat op de pensioeningangsdatum wordt omgezet in een levenslange vaste periodieke uitkering (de vaste-premie-kapitaalovereenkomst);
  • de premie wordt gebruikt om een niet gegarandeerd pensioenbeleggingskapitaal op te bouwen dat op de pensioeningangsdatum wordt omgezet in een levenslange vaste periodieke uitkering (de zuivere vaste-premieovereenkomst); of
  • de premie wordt gebruikt om een niet gegarandeerd pensioenbeleggingskapitaal op te bouwen dat op de pensioeningangsdatum wordt omgezet in een levenslange variabele periodieke uitkering zoals geïntroduceerd in de Wet verbeterde premieregeling.

 

Uiteraard is het zeer gewenst dat een nieuw pensioenstelsel kan rekenen op een breed maatschappelijk draagvlak. Aan de andere kant moet de politiek op een zeker moment ook zijn verantwoordelijkheid nemen. Koolmees doet dat en dat valt te prijzen. Binnen een fiscaal kader dat is gebaseerd op een vaste beschikbare premie van voor iedereen hetzelfde percentage van de pensioengrondslag, zijn er voor sociale partners voldoende mogelijkheden om tot een voor alle partijen aanvaardbare oplossing te komen. Er is dus nog ruimte in de polder.

Overigens gaf Koolmees, ook op 1 februari, in antwoord op Kamervragen van Martin van Rooijen (50plus) aan bereid te zijn een bijdrage te leveren aan een evenwichtige transitie naar een stelsel zonder doorsneepremie. Een evenwichtige overstap vergt volgens hem dat het nadeel voor bestaande deelnemers voldoende wordt gecompenseerd. Het kabinet biedt daarvoor de fiscale ruimte en de wettelijke kaders. Een evenwichtige transitie kan geborgd worden door per regeling een transitieplan op te stellen. In dit plan moet volgens de minister uiteen worden gezet welke keuzes zijn gemaakt voor wat betreft de omvang van de compensatie. Vanwege het arbeidsvoorwaardelijke karakter van het aanvullende pensioen ligt het volgens hem echter niet in de rede om de compensatie wettelijk verplicht te stellen.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Kabinetsbrief vernieuwing pensioenstelsel van 1 februari 2019.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 4 februari 2019.