Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Nederland mag pensioenuitkering in Portugal niet belasten

25 juli 2018

X woont in Portugal en ontvangt een pensioenuitkering uit Nederland. Portugal betrekt dit pensioen maar voor 15% in de heffing. Volgens het Gerechtshof bepaalt het belastingverdrag dat Nederland geen belasting meer mag heffen over dit pensioen.  

Nederlandse pensioenuitkering in Portugal

X emigreerde in 2001 naar Portugal. In 2012 ontving hij een pensioenuitkering van een Nederlands pensioenfonds van € 92.304. Het fonds hield € 29.986 aan loonheffing in. X gaf in zijn Portugese aangifte voor de inkomstenbelasting 2012 € 13.845 aan. Dit is -op grond van de Portugese belastingwetgeving - 15% van € 92.304. Portugal belastte dit met het reguliere belastingtarief. De inspecteur belaste het pensioen ook in Nederland. De belangrijkste vraag waarover X en de inspecteur van mening verschillen is: rekende de inspecteur het pensioen terecht en tot het juiste bedrag tot het belastbare inkomen uit werk en woning? Meer specifiek: paste de inspecteur artikel 18 van het Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting tussen Nederland en Portugal (Verdrag) op juiste wijze toe?

Volgens de Rechtbank mag Nederland op grond van het Verdrag ook belasting heffen over het pensioen dat Nederland uitkeert aan een inwoner van Portugal. Wij schreven daarover in ons bericht van 18 april 2017. X ging tegen de uitspraak van de Rechtbank in beroep. En met succes. 

Pensioenuitkering niet belast in Nederland

In het eerste lid van artikel 18 van het Verdrag staat dat een pensioen slechts in het woonland belast is. In het tweede lid van dit artikel staat een uitzondering op deze regel. Het land waar het pensioen is opgebouwd (bronland) mag ook belasting heffen over het pensioen als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Deze voorwaarden luiden in dit geval:

a. de aanspraak op het pensioen in Nederland is vrijgesteld of eigen bijdragen waren aftrekbaar;
b. het pensioen in Portugal wordt voor minder dan 90% in de belastingheffing betrokken of daar niet belast naar het algemene tarief geldend voor inkomsten uit niet-zelfstandige arbeid; 
c. het brutobedrag van het pensioen in het kalenderjaar bedraagt meer dan € 10.000.

Het Hof stelt vast dat in deze procedure voldaan wordt aan voorwaarden a. en c. Het geschil gaat dus alleen om de vraag of het brutobedrag van het pensioen voor minder dan 90% in de belastingheffing van Portugal wordt betrokken. Het Hof is, anders dan de Rechtbank, van oordeel dat gelet op de tekst van de Portugese belastingwet en de toelichting daarop door het Portugese ministerie van Financiën, de pensioenuitkering volledig aan Portugese belastingheffing is onderworpen. X heeft, volgens het Hof, gemotiveerd gesteld dat hij niet in aanmerking komt voor de vrijstelling krachtens de speciale regeling voor “non-habitual residents”. Het Hof concludeert: “In dit geval wordt voldaan aan de eisen die artikel 18 van het Verdrag stelt om het heffingsrecht over de pensioenuitkeringen toe te wijzen aan het woonland van belanghebbende (Portugal). Dat het pensioen in Portugal ten onrechte voor slechts 15% is aangegeven, doet daaraan niet af.”

Commentaar

De uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch komt overeen met de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag in 2015 in een vergelijkbare procedure. Beiden vinden dat de pensioenuitkering volgens de Portugese inkomstenbelasting voor het geheel in Portugal belastbaar is. Volgens het Hof Den Bosch staat daarmee vast dat de pensioenuitkering in Portugal voor meer dan 90% in de belastingheffing wordt betrokken, ook al vormt maar 15% van de uitkering de grondslag voor die belastingheffing. Het Hof komt tot deze conclusie op basis van de interpretatie van de Portugese belastingwet. Wij zijn benieuwd of de staatsecretaris van Financiën zich neerlegt met deze interpretatie. Zo niet dan kan hij nog in hoger beroep gaan bij de Hoge Raad of in overleg met Portugal proberen de tekst van het Verdrag te wijzigen.  

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 25 mei 2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 26 juli 2018.