Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Pensioen gedeeltelijk belast in Portugal; toch mag Nederland niet heffen

4 mei 2015

Een man woont in 2008 in Portugal. Hij ontvangt een pensioenuitkering uit Nederland. In Portugal geeft hij 15% van deze uitkering aan. Volgens de Nederlandse belastinginspecteur wijst het Verdrag het heffingsrecht over pensioen in dat geval toe aan Nederland. Dat is onjuist oordeelt Hof Den Haag in hoger beroep; volgens nationale wetgeving van Portugal is de gehele pensioenuitkering namelijk belastbaar in Portugal. Of er daadwerkelijk belasting wordt geheven is niet relevant. 

Situatie

Meneer X woont in 2008 in Portugal. Zijn inkomen bestaat onder meer uit Nederlands loon en Nederlands pensioeninkomen van € 67.891. Op basis van de Vrijstellingsverklaring van  de belastinginspecteur is het pensioen van X zonder inhouding van loonbelasting uitgekeerd.

X gaf zijn loon en pensioen op voor de Portugese inkomstenbelasting. Volgens de Portugese belastingwetgeving geldt voor pensioenuitkeringen een soort saldomethode. Van de belastbare pensioenuitkering mag de investering worden afgetrokken. Daarom gaf X het pensioen aan voor een bedrag van € 10.184. Dit komt overeen met 15 % van de bruto pensioenuitkering. De aanslag is overeenkomstig de aangifte opgelegd. 

Omdat maar 15% van het pensioen in Portugal daadwerkelijk belast werd, was de Nederlandse inspecteur van mening dat het heffingsrecht op het grond van Verdrag tussen Nederland en Portugal ter voorkoming van dubbele belasting  aan Nederland toekwam. Meneer X was het daar niet mee eens. De rechtbank was het eens met de inspecteur; X ging in hoger beroep. 

Oordeel van het Hof

Het Verdrag wijst de heffingsbevoegdheid over een pensioenuitkering toe aan het woonland (hier Portugal). De bronstaat (Nederland) mag echter heffen wanneer de pensioenuitkering in de woonstaat voor minder dan 90% “in de belastingheffing wordt betrokken”. Volgens het Hof is de pensioenuitkering volgens de Portugese wetgeving voor het geheel in Portugal belastbaar. Het Verdrag wijst de heffingsbevoegdheid dus niet toe aan Nederland. Anders dan de Inspecteur betoogt is daarbij niet relevant of in Portugal over nagenoeg de gehele pensioenuitkering daadwerkelijk belasting is geheven.

Commentaar

Deze procedure gaat over de vraag of Nederland over de volledige uitkering mag heffen wanneer  Portugal maar 15% van een pensioenuitkering daadwerkelijk belast. Bron van de discussie is de uitleg van artikel 18 van het Verdrag. Uit de tekst van dat artikel  leidt het Hof af dat voor pensioentermijnen de woonstaat (= staat waarvan de belastingplichtige inwoner is) bevoegd is om de pensioentermijnen in de belastingheffing te betrekken. Hiervan moet worden afgeweken wanneer voldaan wordt aan de voorwaarden van het tweede lid van artikel 18. Op grond van dit tweede lid mag de bronstaat (Nederland) het pensioen belasten als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

a.    de aanspraak op het pensioen in Nederland is 

  • vrijgesteld of
  • de bijdragen aan de pensioenregeling of de verzekeringsmaatschappij zijn in het verleden bij het bepalen van het belastbare inkomen in Nederland in aftrek gebracht of 
  • anderszins in Nederland in aanmerking gekomen voor fiscale facilitering;

 

b.    het pensioen in Portugal wordt 

  • voor minder dan 90 procent in de belastingheffing betrokken of 
  • daar niet belast naar het algemene tarief geldend voor inkomsten uit niet-zelfstandige arbeid;

 

c.    het brutobedrag van het pensioen in het kalenderjaar bedraagt meer dan € 10.000. 

Over a. en c. bestaat geen discussie. Het geschil gaat om de vraag of het brutobedrag van het pensioen voor minder dan 90% in de belastingheffing van Portugal wordt betrokken. Na een analyse van het Verdrag en de Portugese Wet op de inkomstenbelasting meent de rechtbank van wel en geeft de inspecteur gelijk. 

Het hof ziet dit anders en concludeert dat de pensioenuitkering volgens de Portugese inkomstenbelasting voor het geheel in Portugal belastbaar is Volgens het Hof staat daarmee vast dat de pensioenuitkering in Portugal voor meer dan 90% in de belastingheffing wordt betrokken. En wijst het Verdrag de heffingsbevoegdheid niet toe aan Nederland. Anders dan de Inspecteur betoogt is daarbij niet relevant of in Portugal over nagenoeg de gehele pensioenuitkering daadwerkelijk belasting is geheven. De uitleg van het hof van artikel 18 sluit aan bij het standpunt van de staatssecretaris van Financiën in zijn toelichting bij een uitspraak van Hof Arnhem van 3 oktober 2007(*). Hij is het eens met het oordeel van het hof dat met de woorden "in de belastingheffing wordt betrokken" zoals deze zijn opgenomen in art. 18, tweede lid, onderdeel b, van het Verdrag, een onderworpenheidseis is neergelegd en dat niet relevant is of in Portugal daadwerkelijk feitelijk belasting wordt geheven of dat een aanslag is opgelegd. 

Het Hof motiveert haar conclusie in r.o. 7.3: “Tussen partijen is niet – langer – in geschil dat de pensioenuitkering krachtens de nationale wetgeving van Portugal (…) voor het geheel in Portugal belastbaar is”. Waarop het Hof dit baseert blijkt niet uit de uitspraak. Kennelijk heeft de inspecteur tijdens de mondelinge behandeling van deze zaak zijn mening bijgesteld. De vraag of de pensioenuitkering voor het geheel in Portugal belastbaar is of niet, blijft dus voor zover uit de uitspraak valt op te maken onbeantwoord en  is nu juist de kern van de zaak.

Auteur:  Erik Schouten, adviseur internationaal pensioen Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Den Haag, 25 maart 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:965

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 4 mei 2015

(*): Hof Arnhem van 3 oktober 2007, ECLI:NL:GHARN:2007: BB6073, V-N 2007/7.8