Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Wetsvoorstel variabele pensioenuitkering naar Tweede Kamer

24 november 2015

Op 21 november 2015 bood staatssecretaris Klijnsma het wetsvoorstel variabele pensioenuitkering aan de Tweede Kamer aan. Met dit wetsvoorstel wil de regering deelnemers met een premieovereenkomst of een kapitaalovereenkomst de keuzemogelijkheid bieden van een variabel, risicodragend pensioen.

Waarom de keuze voor een risicodragend pensioen?

Deelnemers met een premieovereenkomst of een kapitaalovereenkomst moeten het opgebouwde vermogen uiterlijk op de pensioendatum omzetten in een levenslange vaste pensioenuitkering. Dat pensioen is in beginsel levenslang volledig gegarandeerd. Die garantie werd in de afgelopen jaren steeds duurder door de ontwikkeling van het langlevenrisico en de marktrente. Dit gaat ten koste van de pensioenuitkering, die in veel gevallen (veel) lager uitkomt dan waar de deelnemer op had gerekend. Dit vindt Klijnsma ongewenst. 

Wetsvoorstel variabele pensioenuitkeringen 

Met dit wetsvoorstel wil de regering aan deelnemers aan een premieovereenkomst of een kapitaalovereenkomst de keuzemogelijkheid bieden van een variabel, risicodragend pensioen. Als de deelnemer hiervoor kiest, varieert zijn pensioen na de pensioendatum mee met het beleggingsrisico, de ontwikkeling van de levensverwachting en het gerealiseerde resultaat op sterfte. Dit maakt het pensioen minder afhankelijk van de actuele marktrente op de pensioendatum.

Door het wegvallen van de garanties van de pensioenuitvoerder kan een groter deel van het vermogen in zakelijke waarden worden belegd en kunnen die beleggingen ook na de pensioendatum worden voortgezet. Dit maakt het mogelijk een hoger beleggingsrendement te behalen en daarmee - naar verwachting - een hoger pensioenresultaat te realiseren. Tegenover een hoger verwacht rendement staan hogere risico’s voor de deelnemer met een negatief effect op de pensioenuitkering. Zoals tegenvallers in beleggingsrendementen en de ontwikkeling van de levensverwachting of het sterfteresultaat. 

Het wetsvoorstel heeft een beoogde datum van inwerkingtreding van 1 juli 2016. Wij schreven hierover onder meer in ons nieuwsbericht van 16 juli.

Zekere mate van inkomenszekerheid

De deelnemer krijgt met dit wetsvoorstel de mogelijkheid een eigen afweging te maken tussen zekerheid en risico. De mogelijkheid om voor een variabele uitkering te kiezen, biedt deelnemers met een premieovereenkomst de keuze voor een – ten opzichte van nu – risicovoller pensioen. 

Met dit wetsvoorstel krijgt de deelnemer een ruimere keuze dan bij de invoering van de Pensioenwet. Het uitgangspunt was toen dat pensioen een zekere mate van inkomenszekerheid moet bieden. Het pensioenbegrip is destijds beperkt tot “uitkeringen in geld waarvan de hoogte in ieder geval op de ingangsdatum voor de deelnemers is vastgesteld”. De regering houdt vast aan dit uitgangspunt, maar kiest ten aanzien van premie- en kapitaalovereenkomsten voor een andere invulling dan bij de invoering van de Pensioenwet. 

Met een “zekere mate van inkomenszekerheid” heeft de regering niet langer in alle gevallen een volledig gegarandeerde uitkering voor ogen. De gewenste mate van inkomenszekerheid wordt bereikt doordat deelnemers in de uitkeringsfase niet onbeperkt risico mogen nemen, door de normering van de projectierente en de mogelijkheid om mee- en tegenvallers te spreiden. Daarnaast wordt de werkingssfeer van het prudent person beginsel verbreed en de zorgplicht van pensioenuitvoerders verduidelijkt en uitgebreid.

Projectierente

De variabele uitkering moet, net als de vaste (gegarandeerde) uitkering, levenslang zijn. Bij het vaststellen van de hoogte van de variabele uitkering wordt uitgegaan van:

  • de veronderstellingen ten aanzien van rendementsverwachtingen (de projectierente); 
  • de veronderstellingen ten aanzien van de levensverwachting.

 

De projectierente bepaalt de hoogte van het pensioen op de ingangsdatum en is de basis voor het verdere verloop van het pensioen. Als vuistregel geldt bij benadering dat 1%-punt hogere projectierente (1%-punt extra rendement bovenop de risicovrije rente) resulteert in een stijging van de initiële uitkeringshoogte met ongeveer 11% ten opzichte van de uitkeringshoogte van een vaste uitkering. Als de gerealiseerde beleggingsrendementen overeenkomen met de veronderstelde projectierente, dan kan dit hogere uitkeringsniveau worden volgehouden. Wanneer de projectierente echter te hoog wordt vastgesteld, zal het pensioen in de loop der jaren regelmatig naar beneden worden bijgesteld. 

De projectierente moet realistisch zijn met als doel om de deelnemer te beschermen tegen kortzichtigheid of een te groot optimisme. Een hogere projectierente, als gevolg van een risicovoller beleggingsprofiel, resulteert bij aanvang in een hoger pensioen, maar ook in een hoger risico op een lager pensioen op hogere leeftijd. De projectierente is daarom gebaseerd op (maximaal) de wettelijke parameters ten aanzien van rendementsverwachtingen in de Pensioenwet. Deze parameters zijn gebaseerd op het advies van de onafhankelijke Commissie Parameters.

Prudent person-regel en zorgplicht

Met dit wetsvoorstel kunnen pensioenuitvoerders variabele uitkeringen bij premie- en kapitaalovereenkomsten gaan aanbieden. Het beleggingsbeleid, waarop de projectierente wordt gebaseerd, wordt ingekaderd door het prudent person beginsel en de zorgplicht.

Om pensioengerechtigden te beschermen tegen het nemen van onverantwoorde risico’s krijgen zij geen mogelijkheid om bij de uitvoering van variabele uitkeringen de verantwoordelijkheid voor de beleggingen over te nemen, zoals in de opbouwfase van premieovereenkomsten wel mogelijk is. De pensioenuitvoerder draagt bij de uitvoering van variabele uitkeringen dus altijd de verantwoordelijkheid voor het beleggingsbeleid. De pensioenuitvoerder moet ervoor zorgenn dat voor de pensioengerechtigde een beleggingsprofiel wordt gehanteerd dat passend is gezien diens risicoprofiel.

Wie kunnen een variabele pensioenuitkering aankopen?

Het wetsvoorstel maakt een variabele pensioenuitkering mogelijk voor iedereen die na het moment van inwerkingtreding van de nieuwe regels de levenslange pensioenuitkering inkoopt. Dat geldt niet alleen voor mensen voor wie de pensioendatum ligt na de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel, maar ook voor mensen die vanaf 8 juli 2015 gebruik maken van de pensioenknip. Lees ook ons nieuwsbericht van 6 november. Mensen die gebruik maken van de opnieuw opengestelde pensioenknip, kunnen in aansluiting op de tijdelijke uitkering een levenslange variabele uitkering aankopen. Daarbij geldt de voorwaarde dat het kapitaal nog niet is aangewend voor de aankoop van de levenslange uitkering. Een pensioenuitvoerder wordt verplicht om op verzoek van de pensioengerechtigde mee te werken aan waardeoverdracht van het deel van het kapitaal dat nog niet is aangewend voor aankoop van een levenslange uitkering.

Commentaar

Dit wetsvoorstel maakt het mogelijk om ook in de uitkeringsfase het opgebouwde pensioenkapitaal risicodragend te beleggen. Het faciliteert voor deelnemers met een (zuivere) premie- of kapitaalovereenkomst pensioen in eenheden en vermindert de afhankelijkheid van een vast aankoopmoment. 

Volgens de Memorie van Toelichting (MvT) wordt het shoprecht uitgebreid voor deelnemers met een premie- of kapitaalovereenkomst bij een pensioenfonds.  Die uitbreiding is echter een wassen neus. MvT: “Op dit moment hebben pensioenfondsen de bevoegdheid om op verzoek van de (gewezen) deelnemer het opgebouwde pensioenkapitaal over te dragen naar een andere pensioenuitvoerder. Het pensioenfonds moet dus bereid zijn om mee te werken. Het wettelijk shoprecht, dat nu al voor deelnemers bij verzekeraars bestaat, gaat nu ook gelden voor pensioenfondsen. (…)Indien deelnemers ervoor kiezen om de uitkeringsfase door een andere pensioenfonds te laten uitvoeren, is wel een vereiste (…) dat die deelnemer reeds pensioenaanspraken bij het betreffende fonds heeft opgebouwd.” Je mag dus shoppen, als het maar wel bij het eigen fonds is. 

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bronnen: Tweede Kamer, 23 november 2015, wetsvoorstel 34344

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 24 november 2015