Ken uw klant: Customer Due Diligence bij Hypotheken

CDD, wie kent het niet? Customer Due Diligence is niet meer uit de financiële wereld weg te denken. Dit proces - ook wel bekend als Know Your Customer (KYC) of Ken-Uw-Klant – zorgt ervoor dat u en wij weten met wie we zakendoen. Op deze pagina vindt u alle ins en outs, tips en instructies over CDD in combinatie met ons acceptatie- en beheerproces. 

Image
Man met dochter in de huiskamer

Waarom is CDD nodig?

Integriteit is voor ons erg belangrijk: we willen een betrouwbare partner zijn. Om dat te kunnen én te blijven, moeten we onze klanten goed kennen. CDD is een basisvoorwaarde binnen de financiële dienstverlening. Alle financiële instellingen – niet alleen hypotheekverstrekkers en banken, maar ook bemiddelaars in levensverzekeringen, makelaars en notarissen - moeten hieraan voldoen. Dit voorkomt dat er via deze financiële instellingen witwaspraktijken plaatsvinden, fraude wordt gepleegd, belasting wordt ontdoken of criminele of zelfs terroristische activiteiten worden gefinancierd. Daarom beoordelen we doorlopend nieuwe én bestaande klanten. Samen dragen we hiermee bij aan de betrouwbaarheid van het financiële stelsel. 

Heeft uw klant vragen over CDD?

Verwijs ze dan door naar onze informatiepagina over CDD. Er is ook een handige klantbrochure beschikbaar. Voor inhoudelijke vragen over de Wwft vindt u alle informatie op de website van de AFM.

Uw rol in dit proces 

Om een goed beeld van onze klanten te krijgen, werken we met u, als belangrijke businesspartner, samen. Uw input is hierbij van groot belang. Zo vragen wij u onder andere om bij elke hypotheekaanvraag of hypotheekwijziging goed op te letten en een aantal dingen te controleren en informatie bij ons aan te leveren. Om u hierbij te helpen vindt u op deze pagina alle stappen van het CDD-proces. Bij elke stap staat uitgelegd wat het doel is, en welke informatie u of wij van de klant nodig hebben. Hoe vollediger de informatie, hoe sneller wij uw verzoek kunnen beoordelen. 

Goed om te weten: bij de uitleg van het klantonderzoek leest u meer informatie over zaken die op een risico kunnen duiden. Loopt u tijdens het klantonderzoek aan tegen één of meerdere signalen en twijfelt u over wat u moet doen? Neem dan contact met ons op. 

Image
Regel het via Mijn Aegon

Waarom moet de klant dezelfde informatie soms vaker doorgeven?

Een vraag die we regelmatig van zowel klanten als adviseurs krijgen. Het komt soms voor dat een klant bepaalde gegevens al eerder heeft doorgegeven aan een notaris, bank of andere deelnemende partij in het hypotheekproces. Het zou handig zijn als we deze informatie kunnen overnemen. Dit is alleen niet toegestaan: wij hebben de zelfstandige verplichting om klantonderzoek uit te voeren. Hierbij mogen we niet vertrouwen op klantonderzoek van andere instellingen. Ook niet als het geld bijvoorbeeld bij een bank vandaan komt waarbij de klant door een CDD-traject is geweest. Daarom kán het dus voorkomen dat wij op onze beurt ook informatie moeten opvragen of controleren. 

De 5 stappen van het CDD-klantonderzoek

Tijdens het klantonderzoek worden de volgende stappen doorlopen: 

Stap 1: Identificatie en verificatie van de klantidentiteit (Adviseur en Aegon)

Stap 2: Het vormen van een klantbeeld (Adviseur en Aegon)

Stap 3a: Het uitvoeren van een risico-inventarisatie (Aegon)

Stap 3b: Aanvullend onderzoek (risico-analyse) door een CDD-analist bij een risico-indicator (Aegon)

Stap 4: Definitief klantrisicoprofiel vaststellen (Aegon)

Stap 5: Acceptatie of afwijzing (Aegon)

Onze klanten leren kennen kan op vele manieren. Van digitale data verzamelen tot ‘ouderwets’ in gesprek gaan. Veel vragen stellen en vooral goed luisteren is hierbij van belang. Klinkt iets onlogisch, toevallig of ongewoon? Vraag dan door. Ga hierbij uit van feiten die onderbouwing leveren, niet van aannames. Heeft u twijfels over iets? Neem dan contact met ons op.  

Download

Stap 1: Identificatie en verificatie van de klantidentiteit (Adviseur) 

Hierbij onderzoekt u of de klant inderdaad is wie ze zeggen te zijn. Om de identiteit vast te stellen gebruikt u gegevens die de klant opgeeft. Vervolgens controleert u of de opgegeven identiteit overeenkomt met de werkelijke identiteit. Dit kunt u doen aan de hand van betrouwbare documenten zoals een paspoort of ID-kaart of overige gegevens uit betrouwbare en onafhankelijke bron. U controleert deze informatie daarbij op echtheid.  

Image
Thee voor twee

Identificatie

Om de identiteit te kunnen vaststellen, levert de klant minimaal deze gegevens aan.

Bekijk de gegevens
Image
Huiskamer

Verificatie

Deze documenten kunnen worden gebruikt voor de verificatie van de identiteit.

Bekijk de documenten
Image
Hypotheekadvies

Aandachtspunten

Aandachtspunten bij het beoordelen op echtheid van identiteitsdocumenten.

Bekijk de aandachtspunten

Identificatie

Om de identiteit te kunnen vaststellen, levert de klant minimaal de onderstaande gegevens aan: 

  • Gegevens zoals deze op het identiteitsbewijs staan: 
    • alle officiële voornamen 
    • geboorte achternaam  
    • eventuele gehuwde achternaam 
  • Woonadres, postcode en woonplaats 
  • Geboortedatum 
  • Het soort identiteitsbewijs 
  • Het nummer van het identiteitsbewijs 
  • De datum en plaats van uitgifte van het identiteitsbewijs 

Deze gegevens vragen we ook op: 

  • Initialen 
  • Geslacht 
  • Geldigheidsdatum van het identiteitsbewijs 
  • E-mailadres 
  • Telefoonnummer 
  • Land waar klant de belastingplichtig is.  
  • Indien van toepassing, een verklaring dat de klant niet belastingplichtig is in de V.S. 
  • Als de klant wordt vertegenwoordigd: een schriftelijke volmacht 

Verificatie: hierbij controleert u of de door de klant opgegeven identiteit overeenkomt met de werkelijke identiteit. Het checken van de opgegeven identiteit doet u aan de hand van onderstaande bronnen. 

Verificatie

Documenten die gebruikt kunnen worden voor de verificatie van de identiteit: 

  • geldig Nederlands paspoort; 
  • geldige Nederlandse identiteitskaart;  
  • geldig EU- of EER paspoort; 
  • geldige identiteitskaart die is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat en is voorzien van een pasfoto en de naam van de houder; 
  • diplomatiek- of dienstpaspoort; 
  • niet-Nederlands paspoort voorzien van een verblijfsaantekening. 

Goed om te weten: u bent verplicht een kopie van het legitimatiebewijs mee te sturen bij de aanvraag. Hierbij moet het BSN-nummer onzichtbaar zijn gemaakt. Maakt u gebruik van brondata? Dan halen wij de BRP-data op bij uw brondata-leverancier. 

Aandachtspunten

Aandachtspunten bij het beoordelen op echtheid van identiteitsdocumenten  

  • Heeft het document een foto van de persoon die het document gebruikt? 
  • Komen de gegevens in het document, zoals lengte, leeftijd, geslacht, kleur ogen en nationaliteit, overeen met de persoon die het document gebruikt? 
  • Kent de persoon de gegevens die vermeld staan in het document? Bijvoorbeeld de plaats en datum van afgifte en reisstempels. 
  • Is het document nog geldig? Controleer de geldigheidsdatum. 
  • Ziet de foto op het document er goed uit? Is deze vrij van beschadigingen? 
  • Is de handtekening echt? Als de handtekening van de persoon op verschillende documenten voorkomt, vergelijk deze dan. 
  • Betreft het hetzelfde handschrift? Bij twijfel vraagt u de persoon om in uw bijzijn een handtekening te zetten. 
  • Is het document duidelijk leesbaar? 
  • Zijn de kleuren en patronen, zichtbaar op het document, helder en scherp? 
  • Zijn plaatsnamen, landen en overige woorden in het document correct gespeld? 
  • Is het document vrij van eigenhandige bijschrijvingen en/of veranderingen? 
  • Klopt de bladzijdenummering? 
  • Als de bladzijden zijn voorzien van een documentnummer, komt dit dan overeen met het documentnummer dat in de houderpagina staat vermeld? 
  • Zien de bladzijden er verder goed uit? Dus geen loszittende of geplakte bladzijden. 
  • Zien de echtheidskenmerken er goed en betrouwbaar uit? 

Stap 2: Het vormen van een klantbeeld (Adviseur en Aegon) 

Ook hierbij is uw input weer van belang. Door het stellen van vragen en het gebruik van het klantbeeldformulier, krijgt u waardevolle informatie. Met deze informatie kunnen wij een klantbeeld opstellen. Klinkt iets onlogisch of ongewoon? Vraag dan door. Als uw onderbuikgevoel klopt, kan dat een hoop kostbare tijd schelen. Vraag daarom door naar feiten die uw twijfel onderbouwen of juist wegnemen. Met de informatie uit het klantbeeldformulier en gesprekken met de klant kunt u vragen beantwoorden zoals: 

Wat is de aard en het doel van de hypotheek?

Is het duidelijk waarvoor de financiering wordt aangevraagd. Wees met name alert als het bestedingsdoel niet de eigen woning is en of er indicaties zijn dat de woning niet voor eigen bewoning gebruikt wordt. Let hierbij op dat de verklaring van de klant logisch is en goed onderbouwd. 

Waar komt het geld van de klant vandaan?

Herkomst van middelen onderscheiden we in twee categorieën: geld dat wordt gebruikt voor het betalen van de maandelijkse hypotheeklast van rente en/ of aflossing. En geld wat wordt gebruikt bij voor de aankoop van de woning of het betalen van zaken naast de reguliere hypotheeklast. In beide situaties willen wij zeker weten dat het geld uit een betrouwbare bron komt. Wij vragen hier altijd een verklaring over op het klantbeeldformulier en in bepaalde gevallen om een aanvullend bewijsstuk. 

Voorbehouden die wij kunnen opvragen

Past de opbouw van het vermogen bij het klantbeeld?

Controleer bijvoorbeeld of de hoogte van het bedrag past bij de situatie van de klant. Denk hierbij aan de verhouding tussen inkomen, beroep, leeftijd en het totale vermogen. Let hierbij op transacties of beleggingen die in omvang of aard ongebruikelijk zijn voor de klant. 

Voorbehouden die wij kunnen opvragen

Is de klant actief in potentiële hoog risicobranche- of sectoren?

Zoals ondernemingen waarin veel contant geld in omloop is en/of waar een verhoogd risico bestaat op witwassen. Liefdadigheidsinstellingen en non-profit instellingen zonder monitoring of toezicht. Of handel in commercieel vastgoed zonder dat de klant ondernemer is. 

Goed om te weten: naast eventueel onderzoek naar de klant doen wij ook CDD-onderzoek naar de onderneming zelf. Bijvoorbeeld of er sprake is van een (onnodig) complexe structuur. Heeft een onderneming verschillende lagen? Dan is het belangrijk dat dit goed onderbouwd wordt en gedocumenteerd is. Dit onderzoek kan een aantal extra dagen tijd in beslag nemen. 

Risicobranches en voorbehouden die wij kunnen opvragen

Zijn er derde partijen bij betrokken?

Als er sprake is van volmacht, controleer dan bijvoorbeeld of de volmacht notarieel tot stand is gekomen. Is de volmacht ook vrijwillig? Check of de klant niet wordt gestuurd en dat ze snappen waarmee ze bezig zijn. Wees ook alert op derde partijen die bijvoorbeeld betrokken zijn bij een schenking of lening. Is de relatie met de klant logisch en verklaarbaar? Denk hierbij aan een schenking van ouders aan hun kind versus een schenking van een onbekende derde. Hetzelfde geldt voor een lening. Een familieband is logischer en eenvoudiger te verifiëren dan een lening van een vreemde. Vertrouwt u het niet? Vraag dan door en verzoek om aanvullende verklaringen en/of bewijsstukken. 

Voorbehouden die wij kunnen opvragen

Zijn er onroerend goed risico’s?

Hierbij kijkt u bijvoorbeeld naar potentiële ABC- of ABA-constructies, en gebruik van het onderpand. Wordt een onroerende zaak binnen 12 maanden tenminste twee keer verkocht? Controleer dan of er sprake is van een ABC- of ABA-transactie. Wees er alert op of de woning door derden wordt gebruikt of dat er betalingen van derden voor de woning worden ontvangen, zoals een huurconstructie. 

Voorbehouden die wij eventueel kunnen opvragen ter verklaring of onderbouwing: 

  • Nota van de afrekening van de notaris of een verkoopcontract. 

Waar komt het geld van de klant vandaan? 

Herkomst van middelen onderscheiden we in twee categorieën: 

  • Geld dat wordt gebruikt voor het betalen van de maandelijkse hypotheeklast van rente en/ of aflossing. Deze inkomsten komen vaak uit bronnen als salaris, winst uit een onderneming of een uitkering. 
  • Geld wat wordt gebruikt bij voor de aankoop van de woning of het betalen van zaken naast de reguliere hypotheeklast. Denk hierbij aan inbreng van eigen middelen bij de notaris of het doen van een extra aflossing. 

In beide situaties willen wij zeker weten dat het geld uit een betrouwbare bron komt. Wij vragen hier altijd een verklaring over op het klantbeeldformulier en in bepaalde gevallen om een aanvullend bewijsstuk.  

Bepaalde bronnen brengen meer risico's met zich mee. Bijvoorbeeld als de eigen middelen afkomstig zijn uit het buitenland of uit cryptovaluta of de klant actief is in een verhoogd risico branche/sector en daar hun inkomsten verdient. We vragen u hierbij alert te zijn.  

Voorbehouden die wij eventueel kunnen opvragen ter verklaring of onderbouwing: 

  • Spaargeld: kopie meest recente jaaroverzicht van de spaarrekening. 
  • Beleggingsrekening: kopie beleggingsoverzicht. 
  • Cryptovaluta: kopie wallet met aan- en verkoop van de cryptovaluta, transactieoverzicht plus de overboeking van de wallet naar de betaalrekening of afschrift van de betaalrekening waar de overboeking uit de wallet op zichtbaar is. 
  • Onroerend goed: nota van de afrekening van de notaris of een verkoopcontract. 
  • Zakelijke rekening bij ondernemers: jaarverslag, rekeningafschriften met geldstroom van zakelijke rekening naar privérekening, aangifte inkomstenbelasting. 
  • Schenking: schenkingsovereenkomst, afschrift met geldstroom van schenker naar ontvanger. 
  • Lening: leningsovereenkomst, afschrift met geldstroom van uitlener naar de ontvanger. 
  • Erfenis: akte van erfrecht of testament, akte van overlijden, afschrift met geldstroom naar erfgenaam. 
  • Extra salaris zoals een bonus: salarisspecificatie, afschrift met storting bonus.  
  • Lijfrente: uitkeringsbrief, afschrift met geldstroom uitkering. 

Past de opbouw van het vermogen bij het klantbeeld? 

Controleer bijvoorbeeld of de hoogte van het bedrag past bij de situatie van de klant. Denk hierbij aan de verhouding tussen inkomen, beroep, leeftijd en het totale vermogen. Let hierbij op transacties of beleggingen die in omvang of aard ongebruikelijk zijn voor de klant. Vraag u bijvoorbeeld af of: 

  • de herkomst van middelen plausibel is in relatie tot het klantbeeld; 
  • de aangeleverde bewijsstukken en de verklaring van de klant voor de herkomst van middelen voldoende betrouwbaar zijn; 
  • er een verhoogd risico van toepassing is. Bijvoorbeeld door de branche of sector waarin de klant actief is. Komen de middelen uit crypto of hebben de middelen een link met een verhoogd risicoland? 

Voorbehouden die wij eventueel kunnen opvragen ter verklaring of onderbouwing: 

  • Beleggingsrekening: kopie beleggingsoverzicht. 
  • Cryptovaluta: kopie wallet met aan- en verkoop van de cryptovaluta, transactieoverzicht plus de overboeking van de wallet naar de betaalrekening of afschrift van de betaalrekening waar de overboeking uit de wallet op zichtbaar is. 
  • Schenking: schenkingsovereenkomst, afschrift met geldstroom van schenker naar ontvanger. 
  • Extra salaris zoals een bonus: salarisspecificatie, afschrift met storting bonus.  

Is de klant actief in potentiële hoog risicobranche- of sectoren? 

  • Zoals ondernemingen waarin veel contant geld in omloop is en/of waar een verhoogd risico bestaat op witwassen. Denk hierbij aan geldtransactiekantoren, geldwisselkantoren, grenswisselkantoren, gokhallen, autohandel, horeca, kunstgaleries, paardenhandel, projectontwikkeling, handel in onroerend goed, wasserettes, belhuizen en gsm-shops, nagelstudio’s, coffeeshops, exploitanten van relaxbedrijven of seksindustrie, juweliers en diamantairs. 
  • Liefdadigheidsinstellingen en non-profit instellingen zonder monitoring of toezicht.  
  • Internationale correspondent banking diensten en internationale private banking activiteiten. Deze ondernemingen worden door internationaal erkende en betrouwbare bronnen beschouwd als een hoger risicodienst. 
  • Handel en levering van bankbiljetten en edelmetalen. 
  • Handel in commercieel vastgoed zonder dat de klant ondernemer is. 
  • Online banking diensten, prepaid, debet- of cadeaukaarten, virtuele betaalmiddelen, private investment en trusts waarbij de anonimiteit bevorderd wordt. 
  • De klant maakt gebruik van producten of services die kunnen leiden tot anonimiteit of tot onduidelijke informatie over onderliggende klanttransacties. Denk hierbij aan aandelen aan toonder- of omnibusrekeningen. 

Goed om te weten: naast eventueel onderzoek naar de klant doen wij ook CDD-onderzoek naar de onderneming zelf. Bijvoorbeeld of er sprake is van een (onnodig) complexe structuur. Heeft een onderneming verschillende lagen? Dan is het belangrijk dat dit goed onderbouwd wordt en gedocumenteerd is. Dit onderzoek kan een aantal extra dagen tijd in beslag nemen. 

Voorbehouden die wij eventueel kunnen opvragen ter verklaring of onderbouwing:  

  • Specifieke verklaring van de klant, jaarrapportages van de Holding B.V., Werkmaatschappij of beide ondernemingen.  
  • In het geval een hoger sectorrisico, bijvoorbeeld in de horeca, kunnen wij een verklaring voor cash-activiteiten opeisen. 
  • Voor de verheldering van een bedrijfsstructuur: verklarend organogram. 

Zijn er derde partijen bij betrokken?  

Als er sprake is van volmacht, controleer dan bijvoorbeeld of de volmacht notarieel tot stand is gekomen. Is de volmacht ook vrijwillig? Check of de klant niet wordt gestuurd en dat ze snappen waarmee ze bezig zijn. Wees ook alert op derde partijen die bijvoorbeeld betrokken zijn bij een schenking of lening. Is de relatie met de klant logisch en verklaarbaar? Denk hierbij aan een schenking van ouders aan hun kind versus een schenking van een onbekende derde. Hetzelfde geldt voor een lening. Een familieband is logischer en eenvoudiger te verifiëren dan een lening van een vreemde. Vertrouwt u het niet? Vraag dan door en verzoek om aanvullende verklaringen en/of bewijsstukken. 

Voorbehouden die wij eventueel kunnen opvragen ter verklaring of onderbouwing:  

  • Schenking: schenkingsovereenkomst, afschrift met geldstroom van schenker naar ontvanger. 
  • Lening: leningsovereenkomst, afschrift met geldstroom van uitlener naar de ontvanger. 
  • Erfenis: akte van erfrecht of testament, akte van overlijden, afschrift met geldstroom naar erfgenaam. 

Stap 3a: Het opmaken van een risico-inventarisatie (Aegon) 

Deze stap nemen wij voor onze rekening. Op basis van alle aangeleverde informatie inventariseren wij mogelijke risico-indicatoren. Deze analyseren wij om vervolgens een definitief risicoprofiel vast te stellen. Dit doen we onder andere met: 

Screening van de klant langs risico- en sanctielijsten 

Klanten worden tijdens het aanvraagproces en tijdens de looptijd van de hypotheek doorlopend gescreend tegen sanctielijsten. Dit doen we om te bepalen welk risico de klant met zich meebrengt. Het gaat hier onder andere om nationale, EU, OFAC en VN-screening- en sanctielijsten. Ook doen we fraudeonderzoeken in samenwerking met Stichting Fraudebestrijding Hypotheken (SFH). Wordt de klant op basis van de uitkomst van deze screenings of onderzoeken als een onacceptabel risico bevonden? Dan besluiten wij om geen zaken te doen met deze persoon.  

Adverse media screening  

Dit is het monitoren van negatieve mediasignalen. Zoals een persoon die in het nieuws komt in verband met witwassen, terrorismefinanciering, fraude of corruptie. 

PEP-screening 

PEP staat voor Politically Exposed Person. Hieronder vallen personen die een belangrijke politieke functie hebben of hebben gehad. Maar ook de directe familieleden of relaties van deze personen. PEP’s hebben een verhoogd risico op het gebied van witwassen en financieren van terrorisme. Hierbij is veel aandacht voor de vermogenspositie van de PEP. Een voorbeeld van een PEP is een minister, parlementslid of ambassadeur. 

Meer weten over PEP’s? 

Check het overzicht op de website van de AFM, onder “Veelgestelde Vragen Wwft’.  

Klantgebonden risico-indicatoren

Naast de bovengenoemde screening van de klant heeft het inventariseren en analyseren van klantgebonden risico-indicatoren ook betrekking op verhoogde risico's ten aanzien van onder andere:

  • Herkomst van middelen; 
  • De branche/sector waar de klant in actief is;
  • De bedrijfs- of ondernemingsstructuur van een klant die ondernemer is; 
  • Overige risico's, bijvoorbeeld met betrekking tot gedrag van de klant.
Lees meer over de klantgebonden risico-indicatoren

Product- of dienstgebonden risico-indicatoren

Hierbij kijken we bijvoorbeeld naar risico's die zijn gerelateerd aan het onderpand en de hypotheek zelf: 

  • Het hypotheekproduct lijkt niet passend voor de klant. Bijvoorbeeld een relatief jong iemand die een hypotheek aanvraagt met een zeer korte looptijd voor aflossing van de lening. 
  • De waarde van het onderpand staat niet in verhouding tot de koopprijs. 
  • Er zijn indicaties dat het onderpand niet gebruikt wordt voor de eigen bewoning. 
  • De reden van de aanvraag is consumptieve besteding van de lening waarbij het bestedingsdoel onduidelijk is of niet past bij het klantbeeld. 
  • Er zijn indicaties dat er sprake is van een ABC-constructie. 
  • Er zijn indicaties dat er sprake is van een ABA-constructie. 
  • Er zijn indicaties dat er sprake is van een loan back constructie. 

Transactiegebonden risico-indicatoren

Hierbij kijken we bijvoorbeeld of er een indicatie aanwezig is dat een onbekende derde de maandelijkse betaling doet. Bij acceptatie loopt de transactie van middelen - die bij de notaris ingebracht worden - niet via onze rekening. Dit is de verantwoordelijkheid van de notaris. Na acceptatie lopen transacties, zoals een extra aflossing, wel via onze rekening. Hierbij kijken we risico-gebaseerd naar de herkomst van middelen en bijvoorbeeld betalingen door derden. 

Leveringskanaalgebonden risico-indicatoren

Ons acceptatieproces loopt uitsluitend via tussenpersonen met een aanstelling bij Aegon. Wij zien of spreken de klant tijdens het acceptatieproces nooit rechtstreeks. Dit wordt gezien als risico. Omdat wij de tussenpersoon screenen als deze een aanstelling bij ons krijgt en de hypotheek wordt gevestigd bij de notaris, is dit risico acceptabel. 

Geografische risico-indicatoren

Hierbij wordt bijvoorbeeld gekeken of de klant, de onderneming, middelen en/of vermogen een link heeft met een land waar het risico op witwassen en financieren van terrorisme hoger is. Zoals belastingparadijzen, landen met bankgeheim, landen waar veel offshore vennootschappen zijn gevestigd of drug producerende landen. Wij hanteren hier een landenlijst voor die mede samengesteld is met landenlijsten van de FATF (Financial Action Task Force) en de door de Europese Commissie aangewezen hoog risicolanden. 

Het checken van klantgebonden risico-indicatoren 

Naast de bovengenoemde screening van de klant heeft het inventariseren en analyseren van klantgebonden risico-indicatoren ook betrekking op verhoogde risico's ten aanzien van onder andere: 

  • Herkomst van middelen; 
    • Wat is de herkomst van de middelen? Is deze duidelijk en verklaarbaar? 
    • Hoe is de klant in staat geweest de benodigde middelen op te bouwen. Is dit logisch? 
    • Heeft de herkomst van de middelen een link met een FATF/EU hoog risicoland of geografische risico-indicator? 
    • Als de klant ondernemer is: is het duidelijk waar de ondernemer uiteindelijk zijn geld vandaan haalt? 
    • Is er sprake van een verhoogd risico, bijvoorbeeld als de klant een PEP is? Dan wordt onderzoek gedaan naar de opbouw van het vermogen van de klant dat gebruikt wordt. 
  • De branche/sector waar de klant in actief is. Denk hierbij aan bepaalde ondernemingen waarin veel contant geld in omloop is of waar een verhoogd risico bestaat op witwassen, zoals: 
    • geldtransactiekantoren, geldwisselkantoren, grenswisselkantoren, gokhallen, autohandel, horeca, kunstgaleries, paardenhandel, projectontwikkeling, handel in onroerend goed, wasserettes, belhuizen en gsm-shops, nagelstudio’s, coffeeshops, exploitanten van relaxbedrijven of seksindustrie, juweliers en diamantairs. 
    • Liefdadigheidsinstellingen en non-profit instellingen zonder monitoring of toezicht.   
    • Dienstverlening in internationale correspondent banking diensten en internationale private banking activiteiten. Deze ondernemingen worden door internationaal erkende en betrouwbare bronnen beschouwd als een hoger risicodienst.  
    • Handel en levering van bankbiljetten en edelmetalen.  
    • Online banking diensten, prepaid, debet- of cadeaukaarten, virtuele betaalmiddelen, private investment en trusts waarbij de anonimiteit bevorderd wordt.
  • De bedrijfs- of ondernemingsstructuur van een klant die ondernemer is: 
    • Meestal maakt een bv deel uit van een groep bv’s of nv’s of zelfs van een buitenlandse groep of juridische entiteit. Hoe meer juridische entiteiten er zijn, hoe breder de vertakkingen worden. Hiermee wordt de onderlinge samenhang steeds onduidelijker en neemt de mogelijkheid op witwassen of andere dubieuze praktijken toe. Daarom leidt een complexe en moeilijk verklaarbare bedrijfsstructuur tot een hoger risico en dus nader onderzoek. 
  • Overige risico's, bijvoorbeeld met betrekking tot gedrag van de klant: 
    • Klant die moeilijk doet of onjuiste of onvolledige informatie voor CDD-onderzoek aanlevert. Of waarbij aan de juistheid wordt getwijfeld van de informatie of volledigheid daarvan. 
    • Druk vanuit de klant over een snelle afhandeling van de acceptatie, zonder dat hier een goede reden voor is. 
    • Klant is een bekende crimineel of heeft zakelijke of persoonlijke relaties met een crimineel. 
    • Klant doet niet moeilijk over hoge afsluit-, aflossings-, of bijkomende kosten. 
    • Voor acceptatie een overmatige belangstelling voor de mogelijkheden om vervroegd af te lossen. 
    • Inkomen wat niet in verhouding staat tot leeftijd, ervaring, functie en/of branche. 
    • Het vertonen van onregelmatig, grillig of uitzonderlijk gedrag dat opvalt. 
    • Continu overleg met een onbekende derde. Dit kan een indicatie zijn dat een klant niet namens zichzelf handelt.

Stap 3b: Aanvullend onderzoek (risico-analyse) door CDD-analist bij een risico-indicator (Aegon)   

Constateren wij een risico-indicator? Dan voeren wij een verscherpt onderzoek uit. U krijgt hier bericht over maar geen details.   

Het verscherpte onderzoek zorgt voor een langere verwerkingstijd vanaf het moment dat u bericht hierover ontvangt. U kunt de actuele verwerkingstijden op AIP vinden, onder Aanvullend Klantonderzoek CDD.  

Stap 4: Definitief klantrisicoprofiel opstellen 

Dit noemen we ook wel de risico classificatie van de klant. Hierbij maken we een inschatting van het klantrisico op basis van de analyse van de geïnventariseerde risico indicatoren.

Stap 5: Acceptatie of afwijzing 

Wanneer er geen of een onvolledig klantonderzoek is uitgevoerd, of als de uitkomst van het klanonderzoek niet akkoord is, dan wijzen wij de hypotheekaanvraag- of wijziging af. U krijgt hier bericht van, zonder details over waarom wij de de klant afwijzen. Krijgt u een bindend aanbod of is de wijziging doorgevoerd? Dan is dit een bevestiging van akkoord.

Image
Hypotheekadviseur

Zo helpt u ons

Onze verwerkingssnelheid in het CDD-proces wordt deels bepaald door de kwaliteit van de aangeleverde informatie. Zorg er dus voor dat u het hele klantbeeldformulier invult en alle voorbehouden toevoegt. Consistentie is hierbij van belang. Wees volledig en check alle velden voor u het verzendt. Des te sneller kunnen onze acceptanten de informatie verwerken. 

Goed om te weten: de actuele verwerkingstijden vindt u op AIP. Hier hebben we nu ook de CDD-verwerkingstijden aan toegevoegd. 

Vragen? 

Informatie over het CDD-proces en antwoord op algemene vragen vindt u in onze Virtuele AssistentVeelgestelde vragen leest u hier. Over dossier-inhoudelijke vragen chat u eenvoudig met een medewerker.   

Verder gaven Boudewijn Damsteegt en Rick Geilenkirchen een toelichting in ons kwartaalwebinar van 30 maart 2022. U ziet in het webinar rechts een menustructuur en klikt daar op Customer Due Diligence. De uitleg is van 10:34 tot 28:30.

Customer Due Diligence op Aegon.nl